Eerste handtekeningen 'Vredesraad' zijn gezet: 'Nieuwe keizerlijke hof van Trump'
In dit artikel:
President Trump heeft in Davos een nieuwe "Board of Peace" (Vredesraad) gelanceerd; bij een ceremonie tekenden vandaag negentien staatshoofden, premiers en ministers als eerste groep onder het voorzitterschap van Trump het oprichtingsdocument. Officieel komt de raad voort uit een in november door de VN-Veiligheidsraad aangenomen plan voor Gaza dat voorzag in een overgangsorgaan voor wederopbouw en demilitarisering tot 2027, maar Washington heeft afgelopen week duidelijk gemaakt dat de ambities veel breder zijn: de raad moet zich niet alleen met Gaza, maar potentieel met diverse conflictgebieden wereldwijd bezighouden. In de uitnodiging en het handvest werd Gaza zelfs niet expliciet genoemd.
Onder de oprichtende uitvoerende board die de plannen moet uitvoeren zitten prominente Amerikanen en internationale figuren, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Rubio, gezant Witkoff, Jared Kushner, oud-premier Tony Blair en Nederlandse politica Sigrid Kaag. De raad zou boven deze executive board komen te staan en, volgens documenten, functioneren met Engels als voertaal en met Mar‑a‑Lago als operationele kern in Trumps plannen.
De initiatiefnemers krijgen felle kritiek van experts. Nico Schrijver (Leiden) waarschuwt dat de beweging neerkomt op het opbouwen van een parallelle machtsstructuur naast de VN en dat dit verdragen en instituties — van het Rode Kruis tot het Internationaal Gerechtshof — kan ondermijnen. Rob de Wijk (Den Haag Centrum voor Strategische Studies) noemt het vooral een 'Trump-show': één man die leden en agenda bepaalt. Joachim Koops (Leiden) beveelt de constructie af als amateuristisch en opportunistisch; hij ziet het hooguit als een politiek forum en vreest dat deelnemende landen verwachten te worden beloond of bang zijn voor represailles.
Analisten roepen Europese landen op niet te fragmenteren: een gezamenlijke EU-reactie en koppeling aan multilaterale rechtsbeginselen zouden nodig zijn, mogelijk met deelname van EU-buitenlandchef Kallas en gelijkgestemde staten. Kritiekpunt is verder het gebrek aan institutionele onderbouwing — staf, infrastructuur en onafhankelijke mandaten — waardoor het project vooral als persoonlijk en ondoorzichtig wordt gezien.