Eerst emotioneel, later bijna lichtvoetig; bij kunstenaar Lydia Schouten blijft de positie van vrouwen vijftig jaar hét thema

woensdag, 14 januari 2026 (11:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Museum Arnhem toont ter gelegenheid van Lydia Schoutens vijftigjarig kunstenaarsjubileum een compacte maar veelzeggende selectie van haar werk onder de titel Lydia Schouten – eeuwig jong. De presentatie beslaat drie zalen en geeft een overzicht van de ontwikkeling die Schouten in de loop van vier decennia doormaakte: van confronterende performance-acties in de jaren zeventig naar ironiserende videowerk en monumentale installaties in latere jaren, tot recent experimenteel werk dat actuele onrust en troost onderzoekt.

Schouten begon eind jaren zeventig als performer, sterk betrokken bij de tweede-golf feministische kunstpraktijk en verbonden aan initiatieven als de Stichting Vrouwen en Beeldende Kunst en galerie De Appel. Haar vroege performances (tussen 1977 en 1980 maakte ze er vijftien) gingen expliciet in op maatschappelijke beelden van vrouwelijkheid, macht en beperking. Voorbeelden zijn Love is every girl's dream (1977), waarin ze zich in een cirkel van zand, spiegel-scherven en bakstenen vastlegt als symbool voor opgesloten vrijheid, en Breaking Through the Circle (1978), waarin stroop, gekleurde veren en het kapotslaan van suikersnoepharten een bevrijdingsritueel van opgelegde schoonheids- en liefdesrollen tonen. Die acties waren bedoeld om het publiek direct te confronteren: vrouwen herkenden de woede en moeite, mannen liepen er soms van weg.

Rond 1981 verschuift haar praktijk van performance naar video als zelfstandig kunstmedium. Films zoals The Lone Ranger Lost in the Jungle of Erotic Desire (1981) gebruiken theatrale en visuele clichés – exotiserende decors, kostuumfantasieën, herhaling van ritmes – om stereotiepe beelden van desire en vrouwelijkheid te overdrijven en daarmee te ondermijnen. In de jaren tachtig werkt Schouten vaker met acteurs en tekst, en introduceert ze een ironische, pastiche-achtige toon: in werk als Romeo is bleeding (1982) en Split seconds of magnificence (1984) speelt ze met Hollywood- en stripverwijzingen, terwijl donkere thema’s zoals geweld tegen vrouwen onder de glans doorsijpelen.

De expositie in Arnhem brengt niet alleen video’s en documentatiemateriaal samen, maar toont ook tekeningen, collages en foto’s met spits commentaar. Een van de krachtigste stukken is The Sleeping Beauties (1990): acht zwevende ziekenhuisbedden met vrouwelijke slachtoffers van geweld, voorzien van advertentieteksten uit kranten. Het werk is recent gerestaureerd en blijft zwaar in zijn statement: de vrouwen fungeren als symbool voor een structureel en te lang genegeerd probleem. Tegelijk erkent de tentoonstelling een historisch tekort in Schoutens repertoire: de oorspronkelijke ‘beauties’ zijn allemaal witte vrouwen, wat de blindheid van veel tweede-golf-feministische projecten weerspiegelt. Dat gemis wordt in haar recentere werk hersteld, bijvoorbeeld in Yes, there will be Singing in Dark Times (2024), waar geflatteerde figuren met verschillende huidkleuren zweven.

Ook nieuw werk is in Arnhem te zien: onder meer How to disappear completely and never be found (2025), een muurvullende fotoprint van een onderwaterlandschap waarin het verlangen naar transformatie en ontsnapping voelbaar is. De maker zelf geeft aan door de wereldsituatie zwaar geraakt te zijn, maar blijft zoeken naar beelden van mogelijke verandering of troost.

Kritisch punt bij de tentoonstelling is de (beperkte) presentatie van de videowerken: slechts twee schermen en twee koptelefoons voor een oeuvre waarin beeld en geluid juist essentieel zijn. Desondanks biedt de selectie een heldere indruk van Schoutens sterke constante: het voortdurend bevragen van de representatie van vrouwen, telkens met wisselende middelen — van rauwe emotie naar speelse ironie — en met blijvende maatschappelijke relevantie.