Eenmalige opname uit pensioenpot duurt nog bijna 3 jaar: kabinet mikt op 2029 voor 'bedrag ineens'

maandag, 30 maart 2026 (14:23) - De Telegraaf

In dit artikel:

Minister Hans Vijlbrief meldt aan de Tweede Kamer dat de mogelijkheid om bij pensionering éénmalig maximaal 10 procent van het opgebouwde pensioen op te nemen niet eerder dan op 1 januari 2029 in werking zal treden. Hoewel de regels voor deze eenmalige opname al in wetgeving zijn vastgelegd, hebben zowel het kabinet als pensioenuitvoerders besloten uitstel te geven vanwege de lopende overstap naar het nieuwe pensioenstelsel en de extra administratieve last die de maatregel met zich meebrengt.

Pensioenfondsen en verzekeraars wijzen erop dat het eenmalig opnemen veel communicatie, keuzebegeleiding en administratieve aanpassingen vereist. Ook zijn er financiële neveneffecten: een hogere belastingclaim in het jaar van opname en mogelijke vermindering van toeslagen. Daardoor is de regeling wel beschikbaar voor iedereen, maar niet per se verstandig voor alle deelnemers.

Parlementair verloop: het oorspronkelijke idee speelde al jaren — in 2019 werd het in het pensioenakkoord opgenomen en in 2021 gaf de Eerste Kamer eerder steun aan een wetsvoorstel — maar zorgen over fiscale en toeslagengevolgen leidden tot herziening. De Tweede Kamer keurde in 2024 de Wet herziening bedrag ineens goed; die wet moet nog door de Eerste Kamer worden behandeld, maar met de nieuwe ingangsdatum is haast verdwenen.

Praktische consequentie: wie al met pensioen is, of eerder gepensioneerd zal worden dan 2029, kan niet meer van deze optie gebruikmaken, want de opname is alleen toegestaan bij de aanvang van het pensioen. Voor veel oudere deelnemers komen de maatregelen daardoor te laat.