Een warmtenet uitrollen? Groenoord ontdekt hoe moeilijk het is een wijk van het gas af te halen

vrijdag, 2 januari 2026 (22:20) - Trouw

In dit artikel:

In Schiedam-Groenoord loopt een van de meest concrete proeven om een complete wijk van het gas los te krijgen, maar het proces blijkt een stuk weerbarstiger dan gepland. De aanpak begon in 2017 met een Greendeal tussen gemeente, provincie, energiebedrijf Eneco en woningcorporatie Woonplus: het idee was flats en rijtjeshuizen uit de jaren 1950–1970 bij het hoofdwarmtenet aansluiten (Eneco krijgt warmte van afvalverbrander AVR). Acht jaar later zijn vooral corporatiewoningen aangesloten: 1.285 huurwoningen kregen isolatie, nieuwe ramen/deuren en aansluiting op het warmtenet; de leidingen liggen inmiddels door de hele wijk.

Toch zijn de grootste knelpunten niet technisch maar sociaal-juridisch en financieel, vooral bij Verenigingen van Eigenaren (vve’s). Waar Woonplus als corporatie groot onderhoud en aansluiting kon regelen, stokt het bij vve’s omdat besluitvorming, financiering en juridische aanpassingen (zoals wijziging van de splitsingsakte voor warm tapwater) ingewikkeld en kostbaar zijn. Sommige flats zijn ‘gespikkeld’ — deels corporatie, deels privé — en in een aantal blokken zitten alleen particuliere eigenaren. Bovendien hebben veel eigenaren beperkte middelen en wonen er bewoners met uiteenlopende talen en achtergronden, wat communicatie en draagvlak-vergroting bemoeilijkt.

Lokale bestuurders en projectleiders roemen hun langdurige inzet: veel voorlichting, spreekuren, huis-aan-huiscontact en praktische hulp (zoals folie achter radiatoren) moesten onzekerheid en mythen wegnemen. Wethouder Frans Hamerslag (die zelf in Groenoord woont) en projectleider Laetitia Ouillet benadrukken dat gedwongen maatregelen averechts werken; “dwang helpt niet”, zei Ouillet. De energiecrisis na de inval in Oekraïne verslechterde de situatie: hogere gasprijzen maakten warmtenetten duurder en zorgden voor acute financiële zorgen bij bewoners, waardoor vertrouwen en acceptatie onder druk kwamen te staan.

De gemeente ontwikkelde twaalf pakketten van maatwerk voor vve’s — variërend van beperkte isolatie tot volledige renovatie en gasvrij maken — en verstrekt subsidie voor verplichte onderzoeken, energieadvies en bouwkundig advies. Vooruitgang is traag: sommige vve’s willen meedoen, maar moeten eerst formeel en financieel het pad effenen; de eerste definitieve vve-keuzes worden pas volgend jaar verwacht. Schiedam deelt zijn ervaringen in een door het Rijk mede betaalde pilot en waarschuwt dat landelijke regels te weinig rekening houden met de praktische gevolgen voor vve’s, terwijl circa vijftien tot twintig procent van de Nederlandse woningen onder een vve valt.

De case Groenoord illustreert twee bredere lessen voor de energietransitie: elke wijk en elk gebouw vraagt maatwerk, en naast technische oplossingen is sociaal beleid cruciaal. Lokale “smeermiddelen” — flexibele financiële steun, intensieve communicatie en juridische begeleiding — blijken onmisbaar om tempo en draagvlak te behouden. Tegelijk tonen mislukte pogingen elders, zoals in Utrecht-Overvecht, dat zonder die aanpak projecten weinig kans van slagen hebben.