Een verlegen nerd, een loser, een laatbloeier, of dat allemaal bij vlagen? Schrijver Daan Heerma van Voss over zijn liefdesleven

zaterdag, 22 augustus 2026 (06:58) - De Volkskrant

In dit artikel:

Een brief in het vriendenboek voor zijn veertigste verjaardag brengt schrijver Daan Heerma van Voss terug naar zijn jeugdvriendschap met Jara. Ze hadden elkaar jarenlang nauwelijks gesproken en waren inmiddels allebei een ander leven gaan leiden. Toch roept haar foto direct herinneringen op aan hun gezamenlijke kindertijd: spelen bij haar thuis, vakanties en de momenten waarop haar huis voor hem een veilige plek vormde.

De brief verrast hem vooral door Jara’s omschrijving van hun band. Zij schrijft dat Heerma van Voss haar eerste verkering was en beschrijft geheime ontmoetingen, hun onderlinge verliefdheid en een kus. Hij herinnert zich wel dat ze na school bij het Hilton op elkaar wachtten om ongezien samen naar huis te lopen, maar zag dat destijds niet als een relatie. Ook haar herinneringen aan hun spelletjes en zijn behoefte aan haar aandacht herkent hij, terwijl hij de kus onmogelijk acht.

Die botsing tussen haar herinnering en de zijne brengt zijn vaste beeld van zichzelf aan het wankelen. Heerma van Voss heeft zichzelf altijd gezien als een angstig, verlegen kind dat op romantisch gebied achterliep. Zijn seksuele fantasieën ontwikkelden zich vooral in afzondering; tegenover meisjes voelde hij juist grote schaamte. Hij herinnert zich dat hij met Jara zelfs tijdens gezamenlijke badmomenten afstand en bedekking in stand hield. Een brief die een andere versie van die jeugd aandraagt, past daardoor nauwelijks in zijn eigen verhaal.

Dat zelfbeeld werkte volgens hem door tot ver na zijn jeugd. Op school en tijdens feestjes voelde hij zich een buitenstaander. Wanneer hij verliefd werd, koos hij eerder voor vriendschap dan voor toenadering. Hij nam signalen van interesse niet serieus en raakte op bijeenkomsten soms zo angstig dat hij zich terugtrok of in slaap viel. Zelfs nadat hij op zijn achttiende zijn eerste seksuele ervaring had gehad en later meerdere partners kreeg, bleef hij zichzelf als een laatbloeier en erotisch onervaren beschouwen. Complimenten over zijn uiterlijk zag hij lange tijd als een grap of vernedering.

Om dat mechanisme te verklaren verwijst hij naar de theorie van de narratieve identiteit van psycholoog Dan McAdams. Mensen geven hun ervaringen samenhang door er een persoonlijk verhaal van te maken. Ook het beeld dat anderen van hen hebben, speelt daarin mee. Omdat zo’n verhaal houvast biedt, kunnen mensen nieuwe feiten die ermee botsen gemakkelijk negeren. In gesprekken over ontrouw ziet Heerma van Voss hetzelfde verschijnsel: iemand kan een feit erkennen, maar weigeren zichzelf te zien als iemand die vreemdgaat.

Volgens de schrijver geldt dit in het bijzonder voor liefde en relaties. Teleurstellingen worden opgenomen in een verhaal over wachten op de ware liefde, persoonlijke groei of een noodzakelijke periode van eenzaamheid. Zijn eigen romantische identiteit was gebaseerd op de overtuiging dat hij niet werd begeerd en pas laat bij de liefde zou aansluiten. De herinneringen van Jara maken duidelijk dat dit verhaal mogelijk al vroeg onvolledig was.

Ook een passage over hun middelbareschooltijd zet hem aan het denken. Jara schrijft dat ze na hun eindexamen enkele keren bewust naar de videotheek ging waar hij werkte, in de hoop hem tegen te komen. Hij had die periode juist geïnterpreteerd als bewijs dat zij hem niet zag staan en dat hun contact aan het toeval was overgeleverd. Haar versie laat zien dat hij signalen mogelijk niet alleen miste, maar achteraf ook in overeenstemming bracht met zijn negatieve zelfbeeld.

Heerma van Voss vergelijkt dit met Julian Barnes’ roman *The Sense of an Ending*, waarin een man op latere leeftijd bewijs onder ogen krijgt dat zijn herinneringen aan een jeugdliefde ondermijnt. Herinneringen zijn volgens hem geen volledig betrouwbare archieven. Mensen selecteren vooral gebeurtenissen die hun bestaande identiteit bevestigen en verwaarlozen aanwijzingen die daar niet in passen.

De brief dwingt hem daardoor niet alleen na te denken over de vraag of hij als kind werkelijk met Jara verkering had, maar ook over gemiste mogelijkheden. Misschien heeft hij zichzelf beschermd tegen de angst dat zijn leven anders had kunnen verlopen als hij eerder meer had durven handelen. Tegelijkertijd erkent hij dat elk gekozen leven gepaard gaat met talloze niet-geleefde alternatieven.

Aan het einde besluit hij Jara uit te nodigen voor koffie. Hun ontmoeting zal plaatsvinden als die van twee vrienden. Een afspraak op de plek waar ze elkaar vroeger heimelijk troffen, is niet langer nodig.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie