Eén telefoontje van de koning: hoe Filip crisis na crisis helpt achter de schermen
In dit artikel:
Koning Filip speelde recent een zichtbare bemiddelende rol bij de repatriëring van gestrande Belgen uit het Midden-Oosten. Tijdens een bezoek van minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot aan vrijwilligers van het Crisiscentrum werd de koning publiekelijk bedankt voor zijn tussenkomst, waarbij Prévot uitriep: "Hartelijke dank, sire". Filip nam op eigen initiatief en op verzoek van Buitenlandse Zaken contact op met zes Golfstaten (Koeweit, VAE, Oman, Jordanië, Qatar en Bahrein) en zorgde er onder meer voor dat repatriëringsvluchten rechtstreeks vanuit Dubai konden worden georganiseerd, zodat minder landgenoten via lange busreizen naar Oman hoefden te reizen.
Die concrete actie past in een bredere traditie van wat men zachte macht of 'soft diplomacy' noemt: Filip gebruikt persoonlijke relaties en een omvangrijk netwerk om in cruciale dossiers deuren te openen. Dat netwerk is het resultaat van decennialange contacten — als kroonprins leidde hij zo’n twintig jaar 85 handelsmissies en bouwde hij banden op met regeringsleiders, zakenmensen en staatshoofden in het Midden-Oosten, China en daarbuiten. Onder meer nauwe banden met Jordanië en Oman, en contacten met figuren als Jack Ma en Xi Jinping, blijken vaak nuttig.
De krant haalt meerdere voorbeelden aan waarin die persoonlijke touch verschil maakte: in Davos zorgde Filip ervoor dat een ontmoeting met toenmalig president Trump kon doorgaan ondanks last-minute schemawijzigingen; in 2023 hielp zijn contact met Oman bij de gevangenenruil die leidde tot de vrijlating van de Belg Olivier Vandecasteele; tijdens het prille begin van de coronacrisis speelde zijn relatie met China een rol bij de levering van extra mondmaskers en testkits; en na de aanslagen in Parijs in 2015 zou een telefoongesprek met koning Mohammed VI van Marokko hebben bijgedragen aan betere inlichtingenuitwisseling die hielp bij het arresteren van Salah Abdeslam.
Tegelijk wijst het artikel erop dat de koning niet autonoom politiek kan handelen: zijn bemoeienissen verlopen in samenhang met de regering. De monarch wordt voorbereid door Buitenlandse Zaken, pleegt afspraken via audiënties met de premier en treedt alleen op met politieke dekking. Filip zelf voelt zich doorgaans ongemakkelijk bij publieke erkenning — hij geeft de voorkeur aan discretie — maar zijn interventies tonen hoe persoonlijke diplomatie in praktijk impact kan hebben zonder formele politieke inmenging.
Kortom: koning Filip fungeert regelmatig als strategische schakel tussen diplomatieke dienst en buitenlandse machthebbers. Zijn netwerk en persoonlijke contacten blijken in uiteenlopende crisissituaties praktisch inzetbaar, mits afgestemd met de regering.