Een sterker Europees leger is onmogelijk zonder de VS en geld is niet het probleem
In dit artikel:
Europa heeft zijn defensiebudgetten de voorbije periode wel fors verhoogd, maar volgens dit artikel levert dat op korte termijn nog geen echte militaire zelfstandigheid op. De kernboodschap is dat Europa, ook met veel extra geld, nog jaren afhankelijk blijft van de Verenigde Staten om zichzelf en de Europese grenzen te verdedigen.
De belangrijkste knelpunten zitten niet zozeer in het budget, maar in de manier waarop de Europese defensie is georganiseerd. Europa leunt nu op Amerikaanse software, commandosystemen, satellietinformatie, luchttransport en politieke goedkeuring voor grote operaties. Daarnaast is de Europese militaire industrie sterk versnipperd: veel verschillende tank- en gevechtsvliegtuigmodellen zorgen ervoor dat landen nauwelijks schaalvoordelen halen, waardoor elke euro minder oplevert dan in de VS, Rusland of China.
Ook de productiecapaciteit schiet tekort. Europese defensiebedrijven zitten al jaren volgeboekt, terwijl munitie, onderdelen en materieel traag worden geleverd. Daardoor kan Europa niet snel genoeg opschalen, zelfs niet met extra investeringen.
Als de VS minder steun geven, zou Europa volgens het artikel een volledig eigen militaire keten moeten opbouwen: met een stevige commandostructuur, eigen data- en AI-systemen, massaproductie van drones, eigen raketten en luchtafweer, satellietcapaciteit, herbruikbare raketten en beter militair transport. Dat vraagt niet alleen technische maar vooral politieke keuzes over wie beslist, betaalt en produceert.
De conclusie is dat een echt zelfstandig Europees leger mogelijk is, maar pas na jaren van herstructurering en tegen een hoge prijs: naar schatting 150 tot 200 miljard euro tegen 2030, en ongeveer 500 miljard euro over tien jaar.
De Oranjezomer: Wat kan er worden gedaan om van Gianni Infantino als FIFA-voorzitter af te komen?