Een regimewisseling? Dat kan ook vreselijk misgaan
In dit artikel:
President Trump pleit openlijk voor het omverwerpen van het Iraanse bewind en ziet regimewisseling als de beste uitkomst. Onder zijn leiding — samen met Israël — werd inmiddels militaire actie ondernomen; een van de eerste bombardementen maakte korte metten met opperste leider ayatollah Khamenei. Trump motiveert zijn koers met de bewering dat hij de Amerikaanse bevolking wil beschermen tegen een dreiging uit Iran en roept Iraniërs op zelf het bewind omver te werpen, maar het blijft onduidelijk hoe reëel die dreiging is en hoeveel steun Washington daadwerkelijk wil of zal bieden.
Belangrijke onzekerheden blijven: de Revolutionaire Garde, die expliciet belast is met het veiligstellen van het regime, hergroepeert zich en is nog verre van verslagen; intern verzet is fragmentarisch en oppositiegroepen haten niet alleen het regime maar ook elkaar. De terugkeer van de zoon van de laatste sjah leidde tot enige aandacht, maar geen brede volksenthousiasme. Daarmee rijst de centrale vraag: bestaat er een exit- of overgangsplan waarmee de Amerikanen en hun bondgenoten een stabiel, alternatief bestuur kunnen ondersteunen?
De schrijver trekt lessen uit eerdere Amerikaanse pogingen tot regimevervanging, die vaak desastreus afliepen. Vier casussen schetsen het risico. In 1953 organiseerden Britse en Amerikaanse diensten een staatsgreep tegen de democratisch gekozen premier Mohamed Mosaddegh nadat hij de oliemaatschappij nationaliseerde; dat leidde tot het herstel van de sjah, wiens autoritaire koers uiteindelijk mede heeft bijgedragen aan de islamitische revolutie van 1979.
Na de Golfoorlog van 1991 beloofde president George H.W. Bush hulp aan Iraakse rebellen tegen Saddam Hoessein, maar die steun kwam niet en leidde tot massale vluchtelingenstromen en bloedige repressie – met name Koerden en de bewoners van de zuidelijke moerassen werden zwaar getroffen.
De invasie van Afghanistan na 11 september 2001 verdrong de Taliban maar leidde tot een langdurige, kostbare en gedeelde stabilisatiepoging die uiteindelijk mislukte; na Amerikaanse terugtrekking in 2021 heroverden de Taliban het land, ondanks jaren van wederopbouwoperaties en veel slachtoffers (naar schatting rond 200.000 Afghanen).
Ten slotte illustreert de inval in Irak in 2003 wat er gebeurt zonder geloofwaardig nabeleid: het regime van Saddam werd omvergeworpen, olie was veiliggesteld en Saddam ter dood gebracht, maar het ontbreken van een realistisch plan leidde tot burgeroorlog, opstanden en de opkomst van Islamitische Staat; in totaal vielen naar schatting circa 300.000 doden.
De strekking van het artikel is helder: regimewisseling zonder doordacht plan en zonder rekening te houden met lokale machtsstructuren levert vaak chaos, langdurig geweld en hoge maatschappelijke kosten op. Iran staat nu voor dezelfde dilemma’s — en of de VS wél een werkbaar, realistisch traject hebben uitgetekend, is allesbehalve zeker.