Een procentje extra inflatie vandaag, een gehalveerde spaarpot morgen
In dit artikel:
In Nederland slokt aanhoudend iets hogere inflatie jaar na jaar koopkracht weg, ook al lijkt een procentje extra in één jaar onschuldig. In 2025 bedroeg de inflatie hier 3,3 procent, ruim boven het streefdoel van 2 procent waar de centrale banken op mikken — een afwijking van ongeveer 1,3 procentpunt, oftewel circa 65 procent boven dat doel. Sinds 2020 ligt de Nederlandse prijsstijging vijf jaar op rij boven het gewenste niveau; opgeteld komt dat in deze periode neer op ruim 23 procent cumulatieve inflatie. Een grote piek deed zich voor in 2022, toen de Russische inval in Oekraïne de energieprijzen sterk omhoog duwde en de gasrekening flink hoger werd. Daarna bleef de geldontwaarding echter vaker boven de 3 procent schommelen.
Nederland kan niet zelfstandig de rente verhogen om die trend te bestrijden: die bevoegdheid ligt bij de Europese Centrale Bank, die beslissingen baseert op de economische situatie van de hele eurozone. Gemiddeld loopt de inflatie in de deelnemende landen rond de 2 procent, waardoor een strakkere monetaire koers uitblijft en Nederland het binnen de muntunie slechter doet dan gemiddeld.
Kleine verschillen in inflatie tellen op de lange termijn: volgens de vuistregel van 72 halveert de koopkracht bij 3 procent inflatie in ongeveer 24 jaar, bij 2 procent pas na circa 36 jaar. Daarmee wordt duidelijk dat ook een schijnbaar klein extraatje structureel veel kan schelen voor de portemonnee. De auteur is voormalig economieredacteur van het RD.