Ds. Van de Groep (CGK) staat vijftig jaar in het ambt: Ik was tien tot twaalf uur bezig met een preek
In dit artikel:
Ds. G. van de Groep, gepensioneerd predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk (CGK), woont in het buitengebied van Heerde bij familie en blijft actief betrokken bij de lokale gemeente. Na een hartaanval van zijn vrouw verhuisde het echtpaar dichter bij een dochter en schoonzoon, zodat familie snel hulp kan bieden; toch ontvangt hij nog regelmatig bezoek van een huis-Bijbelkring en bezoekt hij ouderenmiddagen.
Van de Groep werkte jarenlang in plattelandsgemeenten zoals Siegerswoude‑De Wilp, Aalten en Opperdoes, waar gemeenschapszin volgens hem centraal stond. Samen met zijn vrouw ontving hij jongeren in de pastorie, bood gesprekken en steun aan eenzamen en bemiddelde soms tussen gemeenteleden. Voor hem is dienstbaarheid concreet: aandacht voor elkaar tonen en het voorbeeld van Jezus volgen.
Zijn roeping ontstond in zijn twintiger jaren, mede onder invloed van ds. P. den Butter; hij begon als ouderling terwijl hij bij een bank werkte en een gezin opvoedde. Omdat zijn vooropleiding niet voldeed voor toelating tot de Theologische Hogeschool in Apeldoorn, werd hij volgens artikel 8 (de route voor „bijzondere gaven”) opgeleid. Hij noemt zichzelf vermoedelijk de laatste in het kerkverband die op die manier predikant is geworden. Het traject vergde intensief leren: hij werd door zestien‑ of zeventien predikanten begeleid en moest een proefpreek voor de classis Nijkerk houden, waarvoor hij ’s ochtends de tekst kreeg en een uur later preekte.
Preekvoorbereiding nam veel tijd in beslag: vaak tien tot twaalf uur per tekst, volledig uitgetypt en herhaald bestudeerd. Kern van zijn prediking bleef onveranderd: de gekruisigde Christus en vertrouwen op Gods leiding, samengevat in de woorden „Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand.”