Een overnachting in Barcelona wordt steeds duurder, want: 'We hebben niets tegen toeristen, ze moeten alleen wel bijdragen'
In dit artikel:
Antoni Fernández, topambtenaar van de Catalaanse regering, wijst op de extra kosten die massatoerisme Barcelona oplegt: drukbezochte plekken als Las Ramblas moeten tientallen keren per dag worden schoongemaakt en veel voorzieningen—van openbaar vervoer tot stadsreiniging—belasten de lokale begroting. Om die lasten meer bij bezoekers neer te leggen besloot de Generalitat eind februari de toeristenbelasting te verdubbelen; de verhoging loopt sinds april geleidelijk in en afhankelijk van het type accommodatie kan de heffing in 2029 oplopen tot maximaal 15 euro per persoon per nacht.
De maatregel is bedoeld om bezoekers te laten meebetalen aan publieke diensten, niet om toerisme te ontmoedigen, zegt Fernández. Catalonië voerde al in 2012 een toeristenbelasting in, verhoogde die in 2017 en kreeg in 2021 de extra heffing van Barcelona erbij. De nieuwe stap komt omdat het aantal toeristen de afgelopen jaren bleef groeien; Spanje trok vorig jaar ruim 96 miljoen bezoekers en toerisme draagt volgens cijfers uit 2023 voor 4,1 procent aan het Catalaanse bbp en 12,8 procent in Barcelona.
De belasting is progressief: luxere accommodaties betalen meer. Een verblijf in een vijfsterrenhotel kan straks 15 euro per nacht kosten (7 euro voor Catalonië plus een voor Barcelona oplopende stadsheffing), hostels stijgen naar ongeveer 10 euro per nacht. Gemiddelde bezoekers merken dat: twee Nederlandse vriendinnen betaalden voor vier dagen samen ruim 46 euro toeristenbelasting—ongeveer 7,70 euro per nacht—maar vonden de extra kosten acceptabel omdat de stad goed onderhouden moet worden. Branchevertegenwoordigers zijn echter bezorgd: Apartur (Vereniging van Toeristische Appartementen) vreest dat met name toeristische appartementen onevenredig zwaar worden getroffen door de stijging, omdat gasten daar doorgaans langer blijven. Ook maken zij zich zorgen over concurrentie‑nadeel, omdat steden als Rome en Parijs lagere maxima kennen en veel Spaanse regio’s geen toeristenbelasting heffen.
De Catalaanse regering verwacht dat de opbrengst in heel Catalonië kan verdubbelen naar circa 200 miljoen euro per jaar. Een kwart van dat bedrag is gereserveerd voor woonbeleid—onder meer om het extreem lage aandeel sociale huurwoningen in Barcelona (nog geen 2 procent) te vergroten en de druk op populaire buurten te verzachten. De rest vloeit naar een Toerismefonds dat gemeentelijke projecten moet ondersteunen die gericht zijn op het beheer en de verbetering van toerismegerelateerde voorzieningen. De extra stadse heffing geeft Barcelona daarnaast eigen inkomsten die flexibel besteed kunnen worden; over de besteding bestaat discussie: sommige burgers waarderen directe investeringen (zoals airconditioning in scholen), terwijl delen van de toeristische sector vinden dat opbrengsten terug in de sector moeten.
De verhoging reageert ook op toenemende wrijving tussen bewoners en bezoekers. Al sinds de explosie van toerisme na de Olympische Spelen van 1992 is er een wisselwerking van winst en weerstand; grote protesten begonnen rond 2017 met kritiek op effecten als stijgende huizenprijzen en overlast, en sindsdien zijn er incidenten en anti‑toerismeuitingen in de openbare ruimte. Sommige plekken, zoals de toegangen naar park Güell, tonen met graffiti en leuzen de negatieve gevoelens tegenover massatoerisme.
Barcelona kijkt tegelijkertijd naar andere instrumenten om overlast te beperken. In tegenstelling tot Venetië wil Catalonië geen algemene toegangstickets invoeren; Fernández noemt de toeristenbelasting praktischer en eenvoudiger uitvoerbaar dan bijvoorbeeld een toeslag op openbaar vervoer. Wel worden andere maatregelen genomen of overwogen: het verbieden van drinking tours, geen nieuwe vergunningen voor kortetermijnverhuur uitgeven en hogere parkeertarieven voor bussen met dagtoeristen. Voorlopig is het effect van de verdubbeling nog af te wachten—vorige verhogingen leidden volgens studies niet tot minder bezoekers—maar als de drukte door blijft stijgen sluiten beleidsmakers verdere ingrepen niet uit.
Onderzoekers zoals Núria Guitart wijzen erop dat Barcelona geografisch beperkt is door zee, rivieren en bergen, waardoor er een natuurlijke grens is aan groei. Ze gebruikt het begrip ‘psychologische draagkracht’—het punt waarop bezoekers niet meer willen blijven komen of bewoners niet meer willen ontvangen—als leidraad om beleid te sturen. Of en wanneer die grens bereikt wordt, en of de nieuwe belasting helpt om de balans tussen economische baten en leefbaarheid te herstellen, zal de komende jaren duidelijker worden.