Een nieuwe Watersnoodramp kan een heel andere vorm aannemen
In dit artikel:
Op zondag 1 februari wordt bij het Nationaal Monument in Ouwerkerk opnieuw stilgestaan bij de Watersnoodramp van 1953. Vertegenwoordigers van overheid, waterschappen, hulporganisaties en nabestaanden leggen kransen en velen leggen een witte roos ter nagedachtenis aan de 1.836 Nederlandse slachtoffers. De herdenking krijgt dit jaar waarschijnlijk minder mediabelangstelling dan bij de zeventigste herdenking, mede door ander wereldnieuws.
De auteur betoogt dat herdenken een cruciale rol speelt in nationale weerbaarheid. Naast materiële maatregelen zoals defensie en noodpakketten, heeft weerbaarheid ook een sociaal-psychologische kant: gemeenschappelijke rouw en herinnering helpen samenlevingen te herstellen en voorbereiden op toekomstige dreigingen. Psychiater en trauma-expert Berthold Gersons benadrukt dat herinneringen niet alleen individuen raken maar ook collectieve veerkracht kunnen versterken.
Onderzoek van de auteur en historicus Adriaan Duiveman laat zien dat de herinneringscultuur rond 1953 steeds toekomstgerichter wordt. Bij de zeventigste herdenking speelde klimaatverandering een centrale rol en beleidsmakers riepen op tot proactieve maatregelen. De term prospective collective memory beschrijft hoe gemeenschappelijke herinneringen worden ingezet om preventief beleid te mobiliseren—een patroon dat ook internationaal is waargenomen bij bosbranden en overstromingen.
De 73ste herdenking biedt opnieuw gelegenheid om te waarschuwen voor omvangrijke en veranderende risico’s: zeespiegelstijging, extremere weersomstandigheden maar ook geopolitieke dreigingen zoals sabotage, spionage of cyberaanvallen. Waterschappen bereiden zich onder het motto ‘waterkracht’ op zulke scenario’s voor; een nieuwe ramp kan andere vormen aannemen dan in 1953. De auteur zal zelf een witte roos leggen, zowel ter nagedachtenis aan de slachtoffers als als pleidooi voor een waterweerbare toekomst.