Een nieuwe feministische golf maakt het persoonlijke weer politiek, laten twee boeken over de rechten van zwangere vrouwen zien
In dit artikel:
Twee nieuwe boeken plaatsen zwangerschap, abortus en geboortezorg in een bredere geschiedenis van vrouwenrechten. Historisch onderzoeker Sanne Thierens beschrijft in *De bezetting* de strijd die vanaf de jaren zestig werd gevoerd tegen het medische, religieuze en politieke gezag over abortus. Filosoof en vroedvrouw Rodante van der Waal onderzoekt in *Baas in eigen buik* wat die leus vandaag nog betekent en pleit voor solidariteit en zeggenschap tijdens de hele reproductieve levensloop.
De auteur laat zien dat vrouwen eeuwenlang vooral als middel voor voortplanting werden beschouwd. Vanaf de zeventiende eeuw werd de zaadcel gezien als de bepalende kracht, terwijl de vrouw slechts als drager of voedingsbodem gold. Ook de ontwikkeling van de verloskunde versterkte een beeld van het vrouwenlichaam als een vat waaruit een kind veilig moest worden ‘geoogst’. De lichamelijke en psychische belasting van zwangerschap en bevalling raakte daardoor ondergeschikt aan het belang van de vrucht.
Ongewenste zwangerschappen werden al sinds de oudheid door vrouwen zelf beëindigd, vaak met gevaarlijke kruiden, stoffen of instrumenten. In Nederland werd ‘afdrijving van de vrucht’ in de negentiende eeuw voor het eerst strafbaar gesteld. De Zedelijkheidswet van katholiek minister Robert Regout uit 1911 maakte vervolging eenvoudiger en verbood bovendien voorlichting over seksualiteit en anticonceptie. Seks buiten het huwelijk werd bestraft, terwijl getrouwde vrouwen juridisch en economisch nauwelijks zelfstandig waren. Veel vrouwen moesten daardoor zwangerschappen uitdragen die zij niet wilden; kinderen konden vervolgens bij hen worden weggehaald.
Vanaf de jaren zestig kwam daartegen een feministische beweging op. Vrouwen beschreven vernederende en gevaarlijke abortussen, terwijl vooruitstrevende artsen illegale hulp boden die later uitgroeide tot klinieken. De bekendste was Bloemenhovekliniek in Heemstede, die zwangerschappen tot twaalf weken behandelde. Toen justitie de kliniek in 1976 wilde sluiten, bezetten feministische activisten het gebouw tweemaal, telkens ongeveer twee weken. Zij trotseerden invallen, arrestaties en politiegeweld en kregen steun uit het hele land.
Thierens reconstrueert deze geschiedenis aan de hand van archiefstukken, kranten, audiovisueel materiaal en interviews. Ze beschrijft ook de politieke strijd rond de Wet afbreking zwangerschap (Wafz). Minister van Justitie Dries van Agt verzette zich fel tegen een ruime regeling, overschreed volgens het boek geregeld zijn bevoegdheden en dreigde in 1976 met een kabinetscrisis. In 1981 verzamelden duizenden demonstranten zich op het Binnenhof tegen de voorgenomen wet; het protest eindigde in gewelddadige confrontaties. De Wafz trad uiteindelijk in 1984 in werking, maar was niet de liberale regeling waarop activisten hadden gehoopt.
Abortus bleef in het Wetboek van Strafrecht staan en is alleen onder wettelijke voorwaarden uitgezonderd. Een vrouw kan een zwangerschap daardoor juridisch nog altijd niet volledig zelfstandig beëindigen. De abortusarts moet haar motieven en morele afweging bespreken. Volgens de auteur blijft die strafrechtelijke basis kwetsbaar, zeker bij een politieke ruk naar rechts. Tegelijk vinden steeds meer behandelingen vroeg in de zwangerschap plaats: inmiddels gebeurt ruim zeventig procent binnen de eerste zes weken. Verbeterde voorlichting, vroege testen en het vervallen van de eis dat een embryo op een echo zichtbaar moet zijn, spelen daarbij een rol.
De discussie over een vermeende stijging van het aantal abortussen verhult volgens de auteur dat de cijfers sinds 2023 ook zeer vroege medicamenteuze behandelingen omvatten, soms voordat een menstruatie is uitgebleven of een echo iets laat zien. Een aanzienlijk deel van de bevruchte eicellen wordt vanzelf afgestoten. Door deze vroege behandelingen juridisch als abortus te registreren, wordt een vorm van menstruatie-opwekking voortaan onder dezelfde beladen categorie gebracht.
Van der Waal waarschuwt intussen voor een individualistische uitleg van ‘baas in eigen buik’. De slogan ging oorspronkelijk niet alleen over keuzevrijheid, maar over een menswaardig bestaan en collectieve steun. Ook bij een abortus kunnen opluchting en verdriet naast elkaar bestaan. Campagnes die vooral nadruk leggen op vermeende spijt doen volgens haar geen recht aan de ervaringen van vrouwen; onderzoek laat zien dat opluchting doorgaans het overheersende gevoel is. Het stigma rond abortus kan bovendien het herstel belemmeren en later zelfs een gewenste zwangerschap beïnvloeden.
Haar kritiek strekt zich uit tot gewenste zwangerschappen. De pil en prenatale diagnostiek hebben keuzes vergroot, maar hebben ook bijgedragen aan het idee dat het verloop en de uitkomst van een zwangerschap volledig de individuele verantwoordelijkheid van de vrouw zijn. Steeds meer metingen en controles kunnen die druk versterken. De vrouw wordt dan opnieuw vooral als middel voor de productie van een gezond kind benaderd.
Van der Waal verbindt abortus daarom met ‘reproductive justice’: het recht om niet gedwongen zwanger te worden, maar ook om wel kinderen te krijgen en die onder menswaardige omstandigheden groot te brengen. Ze sluit daarnaast aan bij de strijd tegen ‘obstetrisch geweld’, zoals ongevraagde intieme onderzoeken, ingrepen zonder toestemming en denigrerende bejegening tijdens de geboortezorg. Zulke handelingen hoeven niet altijd uit kwade bedoelingen voort te komen, maar kunnen wel emotionele en lichamelijke schade veroorzaken. Volgens de auteur vraagt verbetering niet om defensieve verontwaardiging van zorgverleners, maar om kritisch onderzoek naar tradities en vanzelfsprekendheden.
Samen tonen de boeken dat zeggenschap over zwangerschap nooit uitsluitend een individuele kwestie is. De historische strijd tegen gedwongen voortplanting is gedeeltelijk gewonnen, maar juridische beperkingen, stigma, medische machtsverhoudingen en maatschappelijke druk maken ‘baas in eigen buik’ nog altijd afhankelijk van de steun en het handelen van anderen.
Vandaag Inside: Albert Verlinde over Rob Jetten: 'Ik snap niet waarom deze premier alles zo pr-matig doet!'