Een moshpit tot op de achterste rijen; het gebeurde bij Geese in Paradiso

woensdag, 18 maart 2026 (18:17) - Het Parool

In dit artikel:

In Paradiso bracht de New Yorkse indierockband Geese dinsdagavond een uitverkochte show die het etiket 'hype' daadkrachtig bevestigde. Vóór aanvang stond een rij die bijna het Vondelpark inliep; de zaal fasste 1.500 mensen, terwijl online nog zo’n 6.000 fans probeerden binnen te komen. Geese, met frontman Cameron Winter (24), lijkt de herleving van ruige gitaarmuziek te vertegenwoordigen: geen popidool-geleuter, maar een ouderwetse banddynamiek die zelden zulke massale verwachting losmaakte sinds de dagen van Arctic Monkeys.

De set toonde twee gezichten. De start was onregelmatig en op sommige momenten onwennig, maar zodra het tempo omhoog ging vond de groep zijn kracht: pulserende ritmes, scheurende gitaarlijnen en Winters herkenbare stem zorgden voor een totaal losgeslagen publiek, inclusief moshpits tot bijna de achterste rijen. Nummerkeuzen als Bow Down en de drijvende tracks 2122 en Taxes lieten horen waarom hun album Getting Killed (2025) in veel jaarlijstjes bovenaan prijkte. Muzikaal vulde Geese een plek tussen invloeden als Arctic Monkeys, The Strokes en klassieke rockreferenties, met soms psychedelische, altijd opzwepende passages.

De show markeert mogelijk het begin van iets groters: festivalboekingen (onder meer Lowlands) liggen klaar en de band heeft het potentieel om in festivals en grote zalen dezelfde ontlading teweeg te brengen als op Paradiso. Auteur Stefan Raatgever concludeert dat Geese, ondanks een korte onrustige aanvang, de hoge verwachtingen waargemaakt heeft en de gitaarmuziek nieuw leven inblaast.