Een misdaadgolf overspoelt de Israëlische Palestijnen
In dit artikel:
Op sedervond in Jeruzalem schetst de auteur in korte scènes hoe normalisering van discriminatie en angst in het dagelijks leven zichtbaar is: sirenes houden mensen binnen, een Palestijnse Israëlische taxichauffeur krijgt van een joodse passagier beledigende, generaliserende verwijten en een andere joodse Israëliër ontkent het bestaan van niet-joodse inwoners door alleen joden te willen tellen. Deze observaties vormen het decor voor een analyse van het politiek-rechtse offensief onder leiding van Itamar Ben-Gvir.
Ben-Gvir, minister die in deze tekst verantwoordelijk wordt gehouden voor nationale veiligheid, politie, kolonistenbeleid en invloed op inlichtingen, is volgens het artikel motor achter een recent parlementair besluit: Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever die dodelijke aanslagen plegen, kunnen door een Israëlisch militair tribunaal ter dood worden veroordeeld zonder mogelijkheid tot beroep. De wet is afkomstig uit zijn initiatief en speelt zich af in een context waarin steeds duidelijker scheidslijnen worden getrokken tussen joodse en Palestijnse inwoners — een ontwikkeling die teruggrijpt op de 2018-wet die Israël expliciet als joodse natiestaat vastlegde en het Arabisch marginaliseerde.
De auteur beschrijft Ben-Gvir als een provocateur met een lange geschiedenis van extreem-rechts activisme: hij werd ooit geweigerd door het leger, vocht fel tegen vredespogingen en trad op als raadsman van joods-extremistische groepen. Hij zou herhaaldelijk zijn aangeklaagd wegens aanzetten tot geweld tegen Palestijnen. Sinds 7 oktober heeft hij ruim tweehonderdvijftigduizend wapenvergunningen aan joodse burgers uitgegeven en een streng regime voor Palestijnse gevangenen ingesteld. Daarmee, zo stelt het stuk, wordt geweld tegen Palestijnen aangewakkerd, terwijl de minister niets doet tegen een toegenomen criminaliteit onder Israëlische Palestijnen zelf.
Politiek-economisch wordt de maatregel beschouwd als een instrument om tijdens de komende verkiezingen stemmen van racistische kiezers naar de regering-Netanyahu te trekken. Tegelijkertijd wijst de auteur op een mogelijke juridische rem: het hooggerechtshof kan de wet onverbindend verklaren — maar zo’n uitspraak zou het conflict tussen de regering en de rechterlijke macht alleen maar verdiepen.
Kortom: de krant signaleert een zorgwekkende mix van beleid, retoriek en dagelijkse discriminatie waarbij wetgeving en politieke strategieën samen lijken te werken om Palestijnen verder te marginaliseren en repressie te legitimeren.