'Een mijnwerker voor een zak steenkool': 80 jaar geleden tekenden België en Italië een arbeidsdeal die Limburg voorgoed hertekende
In dit artikel:
80 jaar geleden sloten België en Italië een arbeidsakkoord dat het gezicht van Limburg blijvend veranderde. Op 23 juni 1946 beloofde Italië 50.000 arbeiders te leveren voor de Belgische steenkoolmijnen, in ruil voor steenkool. Dat moest de stilgevallen economie na de Tweede Wereldoorlog weer op gang trekken, maar voor veel Italiaanse migranten begon het verhaal in harde en onmenselijke omstandigheden.
De eerste mijnwerkers werden ondergebracht in houten barakken die ooit voor Duitse krijgsgevangenen waren gebruikt. Er was weinig comfort, slechte hygiëne en in de winter zelfs geen verwarming. Toen de instroom in de jaren 50 sneller groeide dan voorzien, bleven die noodverblijven nog jaren in gebruik. Pas na de ramp van Marcinelle in 1956 kwam er meer aandacht voor veiligheid en menswaardige huisvesting.
In Limburg groeide de Italiaanse gemeenschap intussen uit tot een vaste waarde. Al in de jaren 20 waren er Italianen in de Waalse mijnen aan het werk geweest, en later verschoof een deel naar de Limburgse mijnstreek. In Genk ontstonden logementshuizen die mee de basis legden voor de huidige Vennestraat, vandaag een bekende multiculturele en culinaire straat.
Tegen 1956 waren Italianen de grootste migrantengroep in de Limburgse mijnen. De ramp in Marcinelle, waarbij 136 Italianen stierven, verscherpte de spanningen tussen België en Italië. Ook eerdere ongevallen in Limburg, zoals de gasontploffing in Zwartberg in 1952, hadden al duidelijk gemaakt hoe gevaarlijk het werk was. Italië zette België onder druk om de omstandigheden te verbeteren, waarna België ook elders arbeiders begon te zoeken, onder meer in Spanje, Griekenland, Turkije en Marokko.
Toch bleef de Italiaanse instroom nog jaren doorgaan, vaak via familieleden en dorpsgenoten die met een toeristenvisum reisden en daarna in de mijnen werden geregulariseerd. In de jaren 60 bereikte de gemeenschap haar hoogtepunt, maar tegelijk begon de neergang van de steenkoolsector. De sluiting van mijnen, zoals die van Zwartberg in 1964, dwong veel Italianen om ander werk te zoeken. Sommigen heroriënteerden zich via opleiding en kwamen terecht bij nieuwe industrieën zoals Ford Genk.
Vandaag zijn de mijnen verdwenen, maar de erfenis leeft voort in de Limburgse dorpen, de voormalige citéwijken, de Vennestraat en de duizenden Limburgers met Italiaanse roots. De arbeidsdeal van 1946 blijkt zo niet alleen een economisch keerpunt, maar ook het begin van een blijvende culturele transformatie.
Vandaag Inside Oranje: Vandaag Inside Oranje in discussie: 'Eigenlijk maakt Israël van Libanon een tweede Gaza'