Een kudde gouden koeien met gevaarlijke hoorns - Tamarah Benima

vrijdag, 14 augustus 2026 (12:15) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

De Verenigde Staten gelden vaak als het kapitalistische voorbeeld bij uitstek, maar de auteur betoogt dat dit beeld onvolledig is. Hoewel de Amerikaanse economie doorgaans minder centraal wordt gereguleerd dan de Nederlandse en Europese economie, speelt de federale overheid een grote rol in sociale voorzieningen. Ook milieuregels kunnen per staat streng zijn. Robert F. Kennedy jr., de huidige minister van Volksgezondheid en Sociale Diensten, werkte bovendien jarenlang voor milieuorganisaties. Volgens de auteur droeg hij onder meer bij aan het herstel van de Hudson en aan de bestrijding van vervuiling van water en bodem. Op het gebied van lucht, water en riolering behoren de VS volgens de tekst tot de meest ontwikkelde landen.

De kern van het betoog is de omvang en historische groei van het Amerikaanse stelsel van wettelijke aanspraken, oftewel ‘entitlements’. Peter Robinson besprak dit in 2017 met John F. Cogan van het Hoover Institution, auteur van *The High Cost of Good Intentions*. Volgens Cogan ontvangt 55 procent van de Amerikaanse huishoudens geld of materiële steun uit ten minste één groot federaal programma. De federale overheid besteedt daar jaarlijks ongeveer 2,4 biljoen dollar aan, omgerekend circa 7.500 dollar per inwoner. Het gaat onder meer om ouderdoms- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, werkloosheidssteun, Medicare en Medicaid, veteranenpensioenen, voedselbonnen en belastingvoordelen voor gezinnen met lage inkomens.

Cogan beschrijft hoe dit systeem vanaf de Onafhankelijkheidsoorlog geleidelijk werd uitgebreid. Eerst kregen militairen die tijdens de oorlog blijvend gehandicapt waren geraakt recht op pensioen. Later kwamen daar militiesoldaten, arme veteranen en uiteindelijk alle veteranen bij. Volgens Cogan ontstaat uitbreiding vaak uit een begrijpelijke wens om mensen in vergelijkbare omstandigheden gelijk te behandelen: groepen die aanvankelijk buiten een regeling vallen, gaan vervolgens eveneens aanspraak maken op steun. Daarnaast kunnen politici volgens hem stemmen winnen door nieuwe uitkeringen en voorzieningen toe te zeggen.

Met de New Deal van president Franklin D. Roosevelt veranderde het karakter van het stelsel ingrijpend. Vanaf de jaren dertig waren sociale programma’s niet langer vooral bedoeld voor specifieke groepen, maar voor de bevolking als geheel. Onder president Lyndon B. Johnson werd die ontwikkeling versterkt met de Great Society en de War on Poverty. Programma’s als Medicare, Medicaid en Head Start moesten armoede bestrijden en de kansen van kinderen uit arme gezinnen verbeteren. De auteur noemt dit project in belangrijke mate utopistisch en volgens hem uiteindelijk mislukt. Hij verwijst ook naar zwarte critici die vinden dat de War on Poverty de zelfstandigheid en slagkracht van zwarte gemeenschappen heeft verzwakt.

Volgens de auteur is de ontwikkeling inmiddels verder opgeschoven: waar aanvankelijk alleen bepaalde groepen recht kregen op hulp, ontstaat het idee dat iedere burger aanspraak kan maken op huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, voedsel en andere voorzieningen, ongeacht de bijdrage aan de samenleving. De tekst verbindt dit vervolgens aan de hedendaagse beweging voor Diversity, Equity and Inclusion (DEI). Volgens de auteur verschuift daarin het uitgangspunt van gelijke rechten voor burgers naar ongelijke aanspraken voor groepen die historisch als benadeeld worden beschouwd. Hij stelt dat dit leidt tot nieuwe vormen van discriminatie en dat historische uitzonderingen en nuances daarbij worden genegeerd.

Deze ontwikkeling zou volgens de auteur de invloed van radicaal links binnen de Democratische Partij vergroten. Hij noemt onder meer de opkomst van socialistisch georiënteerde politici en de kandidatuur van Zohran Mamdani voor het burgemeesterschap van New York als voorbeelden. Hun ambitie zou niet meer beperkt blijven tot uitbreiding van bestaande sociale zekerheid, maar gericht zijn op een veelomvattende verzorgingsstaat die vrijwel alle levensbehoeften garandeert.

De auteur waarschuwt dat de financiële gevolgen, sociale spanningen en mogelijke schade voor mensen die zelf veel hebben opgebouwd onvoldoende aandacht krijgen. De hoge Amerikaanse staatsschuld maakt bezuinigingen op sociale programma’s volgens hem noodzakelijk, maar een meerderheid van de bevolking is van die voorzieningen afhankelijk, waardoor hervormingen politiek moeilijk uitvoerbaar zijn. Hij besluit dat het streven naar gelijke uitkomsten, zowel in de VS als in Europa, kan uitmonden in onbetaalbare verwachtingen en economische ontwrichting.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Chris Woerts heeft groot nieuws: Talpa haalt Saudi Pro League exclusief naar Nederland!