Een koopman is heengegaan. Johan van Boerma's Antiekhoeve in Uithuizen overleden. 'Vader zei altijd: 'wie hebben ons altied red''

zaterdag, 17 januari 2026 (08:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Johan Boerma, bekend als eigenaar van een geliefde antiekzaak in het noorden van Nederland, is in de nacht van maandag op dinsdag overleden. Hij vocht al enkele weken met de gevolgen van een beroerte; zijn zoon Erik, die het bedrijf in 2002 overnam, bezocht hem nog op oudejaarsavond en herinnert zich hoe zijn vader genoot van een zilveren brandewijnkom die hij liet zien.

Boerma begon zijn handel in 1972 onder de naam ‘Handel in boerenantiek en curiosa’. Wat klein begon als een creatieve vondst — geïnspireerd door een opmerking van zijn nichtje over een melkmaatje dat als vaas werd gebruikt — groeide uit tot een begrip onder antiekliefhebbers in het Noorden en daarbuiten. Hij leerde het vak autodidact en verzamelde spullen vaak letterlijk van straat: grofvuil en zolders leverden oude melkbussen, Keulse potten en andere curiosa op waarvoor hij met speelse handelingszin lage bedragen betaalde.

Het boerderijtje aan de Oudedijk werd al snel te krap; later verhuisde hij naar een boerderij aan de Dingeweg. Zijn zoon Erik bracht in de jaren daarna het bedrijf voort en vertelt dat zijn vader tot het einde plezier haalde uit oude voorwerpen — zo vond Erik ooit een Nieuwsblad van het Noorden uit 1965 in een aangekocht meubel, iets waar zijn vader van genoot. Boerma zag zichzelf vooral als koopman: de familie komt uit een traditie van veekoopmannen en verkoopt sinds generaties spullen. Die koopmansmentaliteit staat ook prominent vermeld in zijn overlijdensadvertentie.

De uitvaart vond dinsdag in kleine kring plaats en weerspiegelde wat Johan waardeerde: bloemstukken, zijn favoriete gevulde koek en boterboontjes. Vooraf liep het pepermunttrommeltje rond — een knipoog naar zijn smaak — waarna hij met klokgelui naar het familiegraf aan de Heerdweg in Uithuizen werd gebracht, dezelfde straat waar hij en zijn zoon zijn geboren.

De winkel is inmiddels weer open en ondergaat een verbouwing. Erik merkt dat hij nu echt alleen voor de zaak staat en mist de eenvoudige raad van zijn vader, hoewel hij vertrouwen uitspreekt dat het goed komt. Zoals zijn vader vaak zei in het dialect: “wie hebben ons altied red.”