Een kerkgemeenschap in Kampen beschermt de familie Babayants tegen ons mensonterende vluchtelingenbeleid
In dit artikel:
In Kampen biedt de protestantse Open Hof al ruim een jaar onderdak en bescherming aan het Oezbeekse gezin Babayants: vader Aleksandr (49), moeder Karina (42) en hun vijf kinderen — Aram (21), Ariana (15), Amelia (11) en Aleksa (4). Op 21 november 2024 gingen zij de kerk binnen om onder te duiken nadat eerdere uitzetpogingen en een korte detentie tot grote onrust hadden geleid. Sindsdien wordt rond de klok doorgegaan met kerkdiensten; vrijwilligers, voorgangers en muzikanten houden 24/7 spreek- en bezinningsmomenten in blokken van twee uur zodat de wet (artikel 12b Algemene wet op het binnentreden) justitie belemmert de kerk binnen te treden.
Wat in eerste instantie een lokale actie van enkele tientallen gemeenteleden leek, groeide uit tot een landelijk initiatief: uit bijna alle provincies meldden zich mensen om te komen voorgaan, koffie te zetten, muziek te maken of les te geven. Inmiddels hebben naar schatting tweeduizend mensen — van emerituspredikanten tot studenten, van orgelspelers tot docent-vrijwilligers — periodes van twee uur ingevuld. De Open Hof heeft ruimtes aangepast voor wonen en onderwijs; er is een vrijwillige kerkschool waar Ariana en Amelia reguliere vakken volgen en waarin docenten uit de regio hen helpen bij inhaalslagen.
De motivatie is zowel pastorale als politiek: veel betrokkenen noemen medemenselijkheid als drijfveer en wijzen op de problematiek van ‘gewortelde’ kinderen in Nederland. De familie Babayants woont al sinds 2014 in Nederland; een poging om via het Kinderpardon in 2019 een verblijfsvergunning te krijgen mislukte omdat ze net één maand te kort waren. Voorstanders van het kerkasiel benadrukken dat langdurige onzekerheid en eerdere detentie — het gezin zat kort in het detentiecentrum in Zeist en werd naar Schiphol gebracht — zware psychische gevolgen hebben, vooral voor kinderen.
De Open Hof-profileert zich als een brede oecumenische refugie: er vinden christelijke diensten plaats, maar ook humanistische bijeenkomsten, Armeens-orthodoxe missen en zelfs interreligieuze samenkomsten met moslims. Praktische ondersteuning varieert van maaltijden en nachtwaken tot muziektherapie en onderwijs; vrijwilligers spreken over diepe gesprekken, wederzijdse troost en een sterk gemeenschapsgevoel dat hen drijft om door te gaan. Veel betrokkenen zijn politiek bewogen kiezers uit het midden — traditioneel CDA-stemmers — die teleurgesteld zijn over het uitblijven van een ruimhartiger oplossing vanuit Den Haag.
Het kamp in Kampen past in een langere traditie van kerkasiel in Nederland, die teruggaat tot acties in de jaren zeventig en in sommige gevallen leidde tot politieke aanpassingen, zoals het eerdere Kinderpardon. Tegenwoordig concentreert kerkasiel zich vaker op gezinnen die lange tijd in Nederland verbleven; er wordt gewezen op de ruim 420 kinderen die volgens activisten al meer dan vijf jaar wachten op een verblijfsregeling. De kerkgemeenschap in Kampen hoopt dat de voortdurende, zichtbare verzetshouding druk zet op de nieuwe regering om menselijker beleid te voeren en vooral oog te hebben voor het belang van de kinderen.