Een jaar eerder met pensioen: het lagere maandbedrag verdwijnt niet zodra je AOW krijgt

maandag, 12 oktober 2026 (19:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een jaar eerder stoppen met werken heeft twee losstaande financiële gevolgen. Wie het werkgeverspensioen, bijvoorbeeld bij ABP, ook eerder laat ingaan, krijgt doorgaans een lager maandbedrag. Het fonds betaalt dan naar verwachting langer uit en past daarom een vervroegingsfactor toe. Die verlaging verdwijnt niet zodra de AOW begint. Ook kan de verdere pensioenopbouw via de baan stoppen, al zijn eerder stoppen met werken en het eerder laten ingaan van het pensioen afzonderlijke keuzes.

Wie eerst van spaargeld leeft en het werkgeverspensioen later laat starten, voorkomt de verlaging door vervroeging, maar mist mogelijk wel extra pensioenopbouw. Vanaf de AOW-leeftijd komt de AOW erbij; dat maakt het totale inkomen hoger, maar verandert het eerder gekozen werkgeverspensioen niet. Verhogingen of beleggingsresultaten kunnen het bedrag later wel beïnvloeden.

De AOW werkt anders. In Nederland wonen of werken levert doorgaans verzekering op, waarbij per verzekerd jaar 2 procent AOW wordt opgebouwd over de vijftig jaar vóór de AOW-leeftijd. Een jaar eerder stoppen betekent daarom niet automatisch 2 procent minder AOW. Emigratie of werken in het buitenland kan de opbouw wel beïnvloeden.

Voor een goede beslissing zijn netto-overzichten nodig voor meerdere ingangsdata, zowel vóór als na de AOW-leeftijd. Neem ook het inkomen van de partner, vaste lasten, spaargeld en het partnerpensioen mee. Bij gebruik van een lijfrente gelden bovendien minimale uitkeringsduren. ABP berekent vervroegingsfactoren jaarlijks opnieuw en waarschuwt dat de keuze rond 1 januari 2027 gevolgen kan hebben voor eventuele compensatie. Laat de berekening daarom aansluiten op de daadwerkelijke ingangsdatum.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen feliciteert Wilfred Genee met Dutch Podcast Award: 'Écht verdiend!'