Een ijsvogelwand in je achtertuin? Hier is het gelukt!
In dit artikel:
Clemens Salet uit Nijkerkerveen heeft in zijn achtertuin, aan de rand van zijn vijver, een kunstmatige ijsvogelwand aangelegd — en het plan pakte meteen succesvol uit: binnen een paar maanden broedde er een ijsvogelpaartje in de door hem gemaakte wand. Clemens, gepensioneerd forensisch psycholoog, raakte al jaren geleden geboeid door de felgekleurde vogel en besloot zijn tijd in pensioen te gebruiken om iets voor de soort te doen. “Ik wilde graag iets voor deze vogel betekenen,” zegt hij.
Het ontwerp van de wand volgde hij grotendeels aan de hand van de handleiding van ijsvogelkenner Jelle Harder (Werkgroep IJsvogels). Praktisch hield dat in: een verticale wand met voorgeboorde gaten van circa 6 centimeter doorsnede, ondersteund door boomstronken die de achterliggende grond vasthouden. Clemens en zijn eveneens gepensioneerde vriend Harry Vossegat haalden ongeveer vijf kuub grond en stampten die aan, goten water over de wand om inklinking te bevorderen en legden wat grasplukjes over de plek zodat de begroeiing snel aanslaat. In de nestgaten graven ijsvogels vervolgens tunnels tot ongeveer 90 centimeter diep. Als uitkijk- en rustplaats plaatste Clemens vanaf de kant een dikke tak vlakbij het nest; daar zag hij de vogel vaak zitten met een visje.
Het project was in september vorig jaar klaar en ongeveer een half jaar later zat er al een broedend paartje — vroeg in het jaar, maar niet ongewoon voor ijsvogels. In de buurt veroorzaakte het nest veel opwinding: eerst was er sceptisch commentaar, maar toen de vogels verschenen waren buren en kennissen “flabbergasted” en komen geregeld kijken.
Clemens noemt een aantal factoren die volgens hem het succes verklaarden: de ijsvogel was al aanwezig in de tuin, de vijver en omliggende sloten en poelen bieden voldoende vis, en de wand staat op een beschutte plek met weinig menselijke of verkeersverstoring. Hij hoopt dat de wand ook aantrekkelijk wordt voor oeverzwaluwen, die vergelijkbaar in zandige of kleiige wanden broeden; zo zouden beide soorten elkaar kunnen tegenkomen.
Praktische adviezen van Clemens voor wie zelf zo’n wand wil bouwen: lees eerst Harders handleiding, onderschat de klus niet (Harder suggereert twee dagen, maar Clemens vond het veel zwaarder en tijdrovender), houd rekening met transport en verwerking van grond, en plan onderhoud. Jaarlijkse controles per boot om takken te verwijderen en het waterpeil te bewaken zijn belangrijk; te hoog water kan nestgaten doen vollopen of de wand destabiliseren. Ook waarschuwt hij voor botsingen tegen ramen: na het eerste uitgevlogen nest stierf een jong doordat het tegen glas vloog, daarom raadt hij aan luxaflex of struiken bij ramen te plaatsen.
Kortom: met bouwkundige zorg, voldoende voedsel in de buurt, een rustige locatie en regelmatig onderhoud kan een eenvoudige ijsvogelwand in tuinen of langs vijvers jonge ijsvogels aantrekken — en veel bewondering van de omwonenden opleveren.