"Een historische strijd tussen het Westen en niet-Westen"
In dit artikel:
De wereld verkeert volgens veel waarnemers in een diepe patstelling: noch de oorlog in Oekraïne noch het conflict met Iran lijkt op korte termijn beslissend te worden gewonnen, maar opgeven is voor het Westen geen optie. Die impasse drijft landen wereldwijd tot massale militarisering en heroriëntatie van de industrie.
Oekraïne ontvangt voortgang westerse steun in geld, wapens en inlichtingen, en blijft Russisch energie- en militaire infrastructuur raken. Rusland meldt recente terreinwinst in de Donbas — naar eigen zeggen zo’n tachtig dorpen en steden sinds januari en opmars tot circa zeven kilometer van Sloviansk en Kramatorsk — maar wordt daar geconfronteerd met Oekraïense drone-afweersystemen en sterke frontlinies. Tegelijk zet Moskou diplomatiek en militair druk op de Baltische staten; er circuleren lijsten met westerse wapenfabrieken die door Rusland als mogelijke doelen zijn bestempeld.
Europa reageert met een duidelijke verdubbeling van defensieambities: militaire uitgaven stegen vorig jaar met ongeveer 20 procent tot circa 500 miljard dollar, en experts zeggen dat dit nog lang niet genoeg is. Duitsland is het meest opvallende voorbeeld van die omslag: fabrieken die onder druk stonden door hoge energieprijzen en concurrentie uit China worden in snel tempo omgebouwd voor wapentechnologie en munitie, waardoor defensie nu een van de weinige groeiende sectoren is. De toon van de discussie toont aan dat landen hun industrie zien als cruciaal voor strategische autonomie.
Aan Russische kant verloopt de militarisering anders: frontveteranen schuiven in groten getale door naar politieke functies binnen de machtspartij, en het leger blijft omvangrijk ondanks verliezen. Rusland mobiliseert een groot personeelsbestand — ongeveer 1,3 miljoen actieve militairen en ruim 2 miljoen reservisten — terwijl bijvoorbeeld Duitsland slechts zo’n 80.000 actieve troepen telt met 30.000–60.000 reservisten.
In het Midden-Oosten is het beeld net zo onzeker. De VS verlengde onlangs een wapenstilstand maar handhaafde tegelijkertijd een blokkade van de Straat van Hormuz; Iran en zijn vertegenwoordigers noemen die manoeuvre zinloos en wantrouwen Amerikaanse bedoelingen. Er liggen twijfels over de effectiviteit van die blokkade: scheepvaartverslagen suggereren dat veel schepen de doorgang blijven gebruiken. Een grondinvasie van Iran lijkt onwaarschijnlijk op korte termijn — de VS hebben naar schatting circa 50.000 gevechtstroepen in de regio, ver onder de omvang die in eerdere grootschalige operaties werd ingezet.
Wat de VS extra zorgen baart, is de snelle verbruikssnelheid van munitie en afweersystemen in de recente confrontaties; volgens analyses is al een fors aandeel van voorraden ingezet. Dat leidt tot gedachten over industriële herbestemming ook in de VS: Pentagon-functionarissen hebben gesprekken gevoerd met autofabrikanten om productiecapaciteit voor drones, raketten en munitie te benutten.
Analisten en voormalig veiligheidsfunctionarissen trekken dezelfde conclusie: er is een structurele patstelling ontstaan die niet gemakkelijk oplosbaar is. Sommigen typeren het als een meer fundamentele machtsherordening tussen het Westen en niet-westerse staten — een confrontatie met existentiële gevolgen voor geopolitieke verhoudingen. Deze perceptie voedt het gevoel dat landen zich moeten "mobiliseren" — niet alleen militair, maar economisch en politiek — om te overleven in een periode van verhoogde onzekerheid.
Kortom: onzekerheid en escalatierisico’s houden de wereld in een langdurige staat van militarisering. Industriële ombouw naar wapensproductie, tekorten aan munitie en groeiende defensie-uitgaven weerspiegelen een strategische heroriëntatie die de komende jaren waarschijnlijk zal doorgaan en gevolgen zal hebben voor economieën, binnenlandse politiek en internationale verhoudingen.