Een grote bonte specht zit bij het voederhuisje. Dat is niet naar de zin van een koolmeesje dat de kamer in kijkt en naar mij | column Herman Sandman
In dit artikel:
In de tuin bij de vijver ziet de verteller een onbekende, opvallend zwart-wit-rode vogel bij het vetpotje: een grote bonte specht. Hij roept zijn vrouw uit de slaapkamer, maar krijgt alleen een korte, nuchtere reactie. Nadat hij op internet met de zoekwoorden "zwart+wit+rood+vogel" heeft gezocht, weet hij zeker dat het een specht is. Een maand eerder had hij al eens een groene specht bij de magnolia gezien; deze is duidelijk anders van kleur en groter dan de gewone koolmeesjes die ook aan het voederhuisje zitten.
De vrouw wil het voederhuisje weg omdat de winter voorbij is en ze het niet mooi vindt; de schrijver heeft er geen bezwaar tegen — het levert immers zulke verrassende waarnemingen op. Op zijn vrije dag blijft hij zitten en ziet de grote bonte specht terugkomen. Een koolmeesje gedraagt zich merkbaar geagiteerd en landt uitdagend op de loungeset, terwijl de specht rustig het vet opeet.
Kort: een alledaags, huiselijk tafereel in de tuin wordt aanleiding voor verwondering over vogelgedrag en voor een klein meningsverschil over het voederhuisje — met als hoofdrolspeler de grote bonte specht, die door zijn kleur en formaat opvalt.