Een groot leger voor Duitsland betekent ook grote zorgen
In dit artikel:
Duitsland trekt fors aan de militaire knip, maar geld alleen is geen oplossing voor Europa’s veiligheidsproblemen, waarschuwt Jana Puglierin, directeur van het Berlijnse kantoor van de European Council on Foreign Relations. Als Berlijn in 2029 3,5 procent van het bbp aan defensie besteedt, wordt het veruit de grootste militaire speler in Europa — zelfs meer dan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk samen — maar veel extra budget kan ook inefficiëntie voeden.
De snelle omslag naar herbewapening is politiek gevoelig: bondskanselier Friedrich Merz verbrak een verkiezingsbelofte en doorbrak een Duits taboe door grote leningen aan te gaan om de wapenuitgaven op te schroeven. Hij presenteerde die stap als noodzakelijk om de Verenigde Staten betrokken te houden bij de NAVO, nadat het vertrouwen in Washington onder druk stond (de “Groenlandcrisis” noemt hij als keerpunt). Tegelijk erkent Merz dat de kloof met de VS diep is en probeert hij zowel Europa gerust te stellen als Amerika aan boord te houden.
De herbewapening wekt binnen Europa angst en wantrouwen. In Oost-Europa en met name Polen leeft de vrees voor een heropleving van “Pruisisch militarisme”, in Frankrijk bestaat bezorgdheid over hoe ver Duitsland kan groeien zonder het strategische evenwicht te verstoren. Duitse troepen in Litouwen illustreren die dubbelzinnige ontvangst: publieke waardering maar ook ongemak bij soldaten zelf.
Operationeel stuiten Europese plannen op concrete problemen. Langlopende samenwerkingstrajecten zoals het Future Combat Air System (FCAS) lopen vast door verschillende eisen en industriële belangen: Frankrijk wil platforms geschikt voor nucleaire taken en vliegdekschepen; Duitsland ziet daar nu minder noodzaak voor. Daarnaast wijst de wapenindustrie erop dat overvloedig geld het systeem niet per se efficiënter maakt.
Ook de nucleaire dimensie blijft een zorg: Europa leunt nog op de Amerikaanse nucleaire paraplu, maar de geloofwaardigheid daarvan wordt betwijfeld. Merz overweegt vergroting van Europese rollen rond Britse en Franse kernwapens. Voor concrete samenwerking pleit hij voor flexibele, kleinschalige formaties — de E3 (Duitsland, Frankrijk, VK), aangevuld met landen als Italië en Polen — omdat bredere Europese consensus ontbreekt.