Een eigen film was de grote droom Ruben van der Meer. 'Eigenlijk doe ik hetzelfde als mijn helden in Hollywood'

zaterdag, 31 januari 2026 (19:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Ruben van der Meer maakte zijn langgekoesterde droom waar: na vier jaar eigen inzet en spaargeld verschijnt op 19 februari zijn speelfilm Bad Slippers in de Nederlandse bioscopen. De misdaadkomedie volgt twee klungelige kruimelcriminelen — gespeeld door Van der Meer zelf en Timothy Radstaat — die proberen drie nep-Picasso’s afhandig te maken van een frauduleuze kunsthandelaar. De productie is grotendeels een familiebedrijf: distributie en publiciteit regelt Van der Meer samen met zijn vrouw en dochters.

Van der Meer — gevestigd in IJburg, Amsterdam — investeerde ongeveer twee ton eigen geld en alle vrije uren in het project, nadat hij na negen afwijzingen van het Filmfonds besloot subsidies los te laten en het zelf te doen. Hij vergelijkt zijn aanpak met de DIY-geest uit de hiphop: werken met wat er wél is om iets nieuws te maken. Omdat Bad Slippers relatief goedkoop te realiseren was, koos hij dit script boven ambitieuzere, kostbare ideeën zoals een historisch drama.

Veel medewerkers konden niet betaald worden; hadden dat wél gekund dan zou de film rond de zes ton hebben gekost. Toch zegt Van der Meer dat mensen primair meewerkten omdat ze in het project geloofden. Zijn vrouw Sally Lodewijks (schrijver en schilder) leverde grote creatieve bijdragen: ze las en becommentarieerde scenario’s en hielp vooral bij het schrijven van scènes met vrouwen. Dochter Leilah (22, regiestudente) functioneerde als tweede camera, regie-assistent en continuïteithoudster; Ella Mae (19) deed catering, zorgde voor praktische taken op de set en ontwierp het logo van HUA, de distributiemaatschappij die de film uitbrengt.

Het maakproces was intens en soms belastend: het combineerde lange draaidagen met zorg voor Van der Meers dementerende vader en leverde af en toe spanningen op binnen het gezin. Van der Meer onderstreept dat het hoofd bij beslissingen moest blijven — hij nam de eindverantwoordelijkheid — en dat discussies onvermijdelijk waren, maar ook versterkend voor de relatie. De ervaring bevestigde voor hem het belang van een klein, betrokken team dat samen in iets gelooft.

De acteur en maker benadrukt waarom hij per se een bioscoopfilm wilde maken: het langere format biedt ruimte voor karakterontwikkeling en de bioscoopervaring zelf voelt voor hem nog steeds magisch, iets anders dan de wereld van streaming. Tegelijk uit hij kritiek op het Nederlandse subsidiesysteem: na jaren van afwijzingen mist hij transparantie in de selectiecriteria en pleit hij voor anonieme scenario-indiening, zodat het verhaal, niet de naam, de doorslag geeft.

Van der Meer blijft actief op andere podia — hij treedt nog op met De Lama’s (TAFKAL) — en kan zich voorstellen dat Bad Slippers, bij succes, vervolg krijgt als film of serie. Hij werkt ook aan een nieuw script, Noodlot, dat minder karikaturaal en meer op dialogen en psychologische observaties leunt, naar het voorbeeld van Woody Allen-achtige personages die veel praten maar toch komisch blijven.

Kortom: Bad Slippers is een persoonlijk, kleinschalig en zelfgefinancierd filmproject dat laat zien hoe een gevestigde cabaretier de traditionele weg naar financiering de rug toekeert, zijn netwerk en gezin inzet en kiest voor de bioscoop als ultiem podium. De uitkomst — artistiek en commercieel — moet nog blijken, maar Van der Meer is tevreden met het proces en hoopt het geïnvesteerde geld grotendeels terug te verdienen.