Een echte foto van een dansende eekhoorn? Kom daar nog maar eens om, in deze tijden van AI-pulp

zaterdag, 21 februari 2026 (18:02) - Het Parool

In dit artikel:

In de krant stond een wervelende foto van een eekhoorn die rechtop lijkt te staan, een dansbeweging maakt en met zijn pootje zwaait — een plaatje van de Nederlandse fotograaf Stan Bouman en een topkandidaat bij een belangrijke internationale wedstrijd. Bouman zat volgens het bijbehorende verhaal meer dan veertig uur in een tent in het Gendringse bos voordat hij dat ene moment vastlegde; het beeld is dus geen product van AI-manipulatie, maar van geduld en timing.

Toch is dat gemak waarmee beelden tegenwoordig worden vertrouwd misleidend. Het internet zit vol hyperemotionele nepfoto’s en -video’s, en zelfs goede doelen gebruiken steeds vaker kunstmatig gegenereerde plaatjes van hongerige kinderen om donaties aan te jagen — het type beelden dat vaak als “armoedeporno” wordt bestempeld omdat het lijden uitvergroot en mensen reduceert tot doelwit voor sympathie. Dat roept vragen op over ethiek en authenticiteit: als een foto fake is maar meer geld oplevert voor een goed doel, is dat dan verdedigbaar?

De column haalt ook de beruchte zaak van Kevin Carter aan: zijn Pulitzer-winnende foto uit 1994 van een uitgemergeld kind met een gier op de achtergrond leidde tot hevige verontwaardiging over het ingrijpen van de fotograaf; Carter kreeg kritiek en pleegde later zelfmoord. De precieze omstandigheden van zulke iconische beelden blijven vaak onduidelijk — en dat geldt ook voor ogenschijnlijk onschuldige natuurfoto’s. Die eekhoorn wuift niet echt: hij reikte naar een nootje dat de fotograaf had neergelegd.

De kernboodschap is helder: foto’s zijn zelden volledig “echt”. Keuzes, montage, context en soms sturing bepalen wat we te zien krijgen — AI of niet.