Een diploma-uitreiking terwijl de oorlog woedt in Myanmar? 'Dat is ook onze revolutie: vieren wat er te vieren valt'
In dit artikel:
Sinds de militaire staatsgreep van februari 2021 is Myanmar verwikkeld in een bloedige burgeroorlog. Het leger, de sit-tat, verdreef een democratisch gekozen regering en sloeg massale protesten hard neer. Tienduizenden burgers vluchtten daarop naar etnische gebieden, waar zij zich aansloten bij gewapende verzetsgroepen. Daar werken burgermilities samen met oudere legers van minderheden, waaronder de Karen, die al sinds de onafhankelijkheid in 1948 strijden voor autonomie en gelijke rechten.
Een van de gezichten van dit verzet is Susanna Hla Hla Soe, een Karen, voormalig parlementslid en activist voor vrouwenrechten. Kort na de coup ontsnapte zij aan arrestatie door naar de jungle in het oosten te vluchten. Daar werd ze ernstig ziek door covid, maar ze herstelde en bleef actief. Ze wees asiel in de Verenigde Staten af omdat ze in Myanmar wilde blijven werken. Als voormalig minister voor Vrouwen, Jeugd en Kinderen van de schaduwregering, de Regering van Nationale Eenheid (NUG), organiseert ze noodhulp, onderwijs, opvang en programma’s voor de mentale gezondheid. Ook zoekt ze veilige onderkomens voor vrouwen en meisjes die vluchten voor het leger of voor huiselijk en seksueel geweld binnen oppositiegroepen.
Susanna pendelt vanuit het grensgebied tussen Thailand en Myanmar voortdurend tussen haar projecten. Haar werk laat zien dat de oppositie niet alleen strijdt, maar ook probeert een samenleving op te bouwen in gebieden die het leger niet langer controleert. In de Karen-staat Kawthoolei functioneren scholen, ziekenhuizen, een eigen bestuur en een eigen leger. De Karen National Union runt er volgens eigen cijfers 1.671 scholen met ruim 11.000 leraren en meer dan 140.000 leerlingen. De financiering komt onder meer uit tolheffingen en concessies voor natuurlijke hulpbronnen, aangevuld met donaties uit Myanmar en de diaspora.
Onderwijs is een belangrijk onderdeel van die strijd. Ondanks bombardementen gaan lessen door in eenvoudige gebouwen, woonhuizen en soms in de jungle. Honderden scholen zijn aangevallen; leerlingen en leraren moeten geregeld schuilen voor vliegtuigen en drones. Toch blijven studenten opleidingen volgen, onder meer in bedrijfskunde, informatietechnologie en Engels. Tijdens een diploma-uitreiking in het relatief veilige grensgebied vieren 25 studenten hun afstuderen met muziek, gebed en familie. Voor Susanna is dat een vorm van verzet: blijven leren en momenten van vreugde bewaren terwijl de oorlog voortduurt.
De humanitaire nood is intussen enorm. Het leger voert steeds vaker luchtaanvallen uit op burgerdoelen om de bevolking angst aan te jagen en steun aan het verzet te breken. Verzetsgroepen beschikken nauwelijks over luchtafweer. Dorpen worden verlaten of verwoest, landbouwgrond blijft onbewerkt en vluchtelingen leven langs de wegen onder simpele zeilen. Volgens cijfers van de Verenigde Naties zijn zeker 3,6 miljoen mensen ontheemd; de onafhankelijke conflictmonitor ACLED schat dat sinds de coup meer dan 100.000 mensen zijn omgekomen. In grensgebieden zijn bunkers inmiddels onderdeel van het dagelijks leven. Bewoners leven van dag tot dag en weten nooit of een vliegtuig hen zal treffen.
Ook de gezondheidszorg wordt onder moeilijke omstandigheden in stand gehouden. Dokter Saung, die negentien jaar in het leger diende en lesgaf aan de militaire academie, koos na het geweld tegen demonstranten voor het verzet. Hij runt nu een veldhospitaal in een bosrijke omgeving. De operatiekamer, ziekenboeg en verblijven zijn verspreid opgesteld en beschermd met zandzakken en boomstammen, omdat honderden medische voorzieningen vanuit de lucht zijn aangevallen. Het ziekenhuis behandelt zowel strijders als burgers en werkt samen met Karen-gezondheidswerkers.
De oorlog heeft tegelijkertijd oude tegenstellingen tussen de Birmese meerderheid en etnische minderheden gedeeltelijk doorbroken. Jongeren uit steden en centraal Myanmar, die vroeger weinig contact hadden met de minderheden, vechten nu samen met Karen en andere bevolkingsgroepen tegen dezelfde vijand. In Karen-gebieden wordt inmiddels ook Birmees onderwezen, terwijl die taal eerder vaak als de taal van de onderdrukker werd gezien. Dorpsbewoners die aanvankelijk bang waren voor de nieuwkomers, erkennen dat zij een gemeenschappelijke strijd en grote offers brengen.
Politiek probeert de oppositie een alternatief voor het centralistische militaire systeem uit te werken. Parlementariërs die aan arrestatie ontsnapten, etnische organisaties, maatschappelijke bewegingen, vakbonden, jongeren en vrouwen richtten de NUG op. Zij werken aan een Federal Democracy Charter, een blauwdruk voor een federale democratie waarin minderheden zelfbestuur en gelijke rechten krijgen. De voortgang verloopt moeizaam door onderlinge verdeeldheid, eindeloze online vergaderingen, een gebrek aan geld en mankracht en kritiek op het leiderschap van de NUG. Sommige gewapende groepen gedragen zich bovendien als lokale machthebbers. Daarom is onlangs een breder collectief leiderschap gevormd waarin de NUG slechts één van de deelnemers is.
Internationale steun blijft beperkt. Rusland, China en India leveren het regime politieke of militaire steun, terwijl westerse landen vooral verklaringen en bescheiden humanitaire hulp bieden. Ook ASEAN is verdeeld; Thailand ontving de Myanmarese president onlangs met veel ceremonieel vertoon. De militaire machthebbers proberen via schijnverkiezingen en diplomatieke normalisering hun positie te legitimeren, terwijl het leger op sommige plaatsen terrein wint en elders verliest.
Toch zien verschillende betrokkenen meer dan een uitzichtloze burgeroorlog. In Karenni en Rakhine en in delen van centraal Myanmar ontstaan nieuwe vormen van lokaal bestuur. Volgens Saw Kapi, directeur van een opleidingsinstituut voor bestuur, groeit daar van onderaf de basis voor een federale staat. Karen-vertegenwoordiger Nimrod Andrew noemt de samenwerking tussen Birmanen en minderheden historisch, maar waarschuwt dat jongeren niet alleen als soldaten moeten worden opgeleid.
Op dorpsniveau blijft de toekomst onzeker. Bewoners kampen met tekorten aan voedsel, onderwijs en medische zorg, terwijl frontlinies verschuiven en luchtaanvallen doorgaan. Toch gelooft een jonge vluchtelinge als Pyae Phoo Hlaing niet meer in onderhandelingen met het leger, omdat eerdere pogingen niets opleverden. Zij verwacht dat de militaire macht uiteindelijk verdwijnt. Dorpshoofd Khe Aung Ting deelt die hoop: vrede is volgens hem alleen mogelijk in een federale democratie, als de verschillende groepen hun eenheid weten te bewaren. Voor Susanna is de revolutie daarom nog niet voorbij. Naast de gewapende strijd bestaat ze uit scholen, ziekenhuizen, hulpnetwerken en het opbouwen van bestuur — een poging van Myanmarezen om ondanks dictatuur en oorlog zelf hun toekomstige land vorm te geven.
Vandaag Inside: Jesse Klaver tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Dat ga ik je hier niet zeggen!'