Een dagboek uit Teheran: 'Vandaag hoorde ik dat meerdere vrienden hun baan zijn kwijtgeraakt'
In dit artikel:
Een fotograaf uit Teheran hield vier dagen lang een dagboek bij voor Trouw en schetst een stad die ademt maar niet leeft: straten zijn leeg, prijzen rijzen de pan uit en mensen wachten gespannen op wat komen zal. Zijn observaties spelen zich af de afgelopen dagen in verschillende delen van Teheran, onder meer bij Tochal Station 1, het Golestan Shopping Center, de Alaeddin Mobile Market en rond het Chitgarmeer. Contact met de redactie liep via een extra beveiligde Telegram; zijn volledige naam is bij de hoofdredactie bekend.
Doorlopend opvallend is de zichtbare veiligheidspresentie: speciale eenheden bij pleinen en pick‑ups met zware mitrailleurs creëren volgens hem eerder angst dan geruststelling. Tegelijkertijd is de lucht schijnbaar schoner – Damavand, de bergvulkaan, was vrijwel overal zichtbaar – maar dat biedt weinig troost voor de economische malaise.
De economische pijn is tastbaar in concrete voorbeelden: eieren zijn 40% duurder geworden, een iPhone‑scherm kostte hem zo’n 42 miljoen toman (~€463) en twee kippen lagen rond 1,7 miljoen toman (~€19). Dat staat in schril contrast met het gemiddelde maandinkomen van ongeveer 35 miljoen toman (~€386). Dergelijke cijfers illustreren volgens de fotograaf pure armoede; veel winkels en marktkramen hebben wel voorraad, maar klanten blijven weg omdat mensen het zich gewoon niet kunnen veroorloven.
Werkverlies en creatieve overlevingsstrategieën domineren de verhalen van vrienden: een marketingmedewerker verloor zijn baan en verkoopt nu jam via het schaarse en dure internet, anderen slagen er niet in vervangend werk te vinden. Reparaties en dienstverlening droogvallen ook; een autoreparatie verdubbelde soms in prijs en mensen proberen technische problemen zelf op te lossen om geld te besparen.
Het dagelijkse stadsleven voelt gedempt en gespannen. Op de pistes bij Tochal waren er maar zo’n honderd skiërs, veelal jongvolwassenen die sporten gebruiken als tijdelijke ontsnapping. Winkelcentra als Golestan zijn vrijwel verlaten; gewone routines — boodschappen, auto‑onderhoud, kleine sociale ontmoetingen in buurtcafés — zijn doordrenkt van een „bittere stilte” en het gevoel dat iedereen continu het nieuws checkt, wachtend op een nieuwe escalatie van geweld.
De fotograaf merkt ook dat hij door de economische druk zijn tarieven voor fotoprojecten ver beneden de gestegen kosten moet houden om opdrachten te krijgen: hij verlaagt prijzen soms met circa 50% terwijl de kosten van levensonderhoud met ongeveer 100% stijgen. De algemene stemming die hij tegenkomt is vermoeidheid, frustratie en een wanhopige hoop dat iets — zelfs een oorlog — misschien het lot zou kunnen keren, iets wat hij als tragisch en ontluisterend ervaart.
Samenvattend portretteert zijn vierdaagse verslag een stad in kramp: zichtbare veiligheidsmaatregelen en heldere luchten contrasteren met diepe economische ontwrichting, werkloosheid, dalende levensstandaard en een psychologische beproeving waarin mensen hun dagelijkse bestaan bij elkaar schrapen en voortdurend op het nieuws loeren.