Een boomkor-kotter verbruikt wekelijks 21.000 liter rode diesel: 'De prijs is verdubbeld, reken maar uit'
In dit artikel:
Met het “vallen van de eerste bom in Iran” schoot de prijs van rode diesel omhoog en daarmee liepen de kosten voor kottervissers hard op. Voor Hans Tanis (36) en zijn familie-eigendom GO37 — een boomkorkotter uit Goedereede die in Stellendam afmeert — steeg de literprijs binnen korte tijd van zo’n 60 cent naar ruim een euro. Sinds maandag 23 maart hielden veel Nederlandse vissers de wal op omdat uitvaren duurder is dan de opbrengst van de vangst.
De GO37 en haar bemanning besloten toch nog een week te vertrekken na een goede vangst: circa 2.000 kilo vis, deels tong die door een kleiner aanbod op de markt iets hoger betaalde (ongeveer €22 per kilo). Dat compenseerde tijdelijk de brandstofkosten, maar de familie verwacht na die week ook te stoppen met uitvaren omdat de brandstofrekening te hoog wordt. Het schip verbruikt ongeveer 21.000 liter diesel per week; volgens neef Peter gaat inmiddels twee derde van de opbrengst op aan brandstof.
Boomkorvisserij is bijzonder brandstofintensief: zware kettingen of, moderner, vleugels als de SumWing slepen netten over of net boven de zeebodem om platvis te vangen. Innovaties hebben het verbruik verlaagd vergeleken met vroeger, maar het absolute gebruik blijft groot. Tijdens de periode dat pulsvissen was toegestaan lag het verbruik op ongeveer 12.000 liter per week; die methode is per 1 januari 2021 Europees verboden. Vissers zoals de Tanissen hekelen dat verbod en zeggen dat het hen terugwierp naar zwaardere, minder efficiënte technieken.
Sociaal-economische en ecologische context: slechts enkele decennia geleden telde de Nederlandse vloot honderden boomkorkotters; inmiddels zijn dat er nog 38. De sector vangt volgens vissers ver onder de quota — rond 30–40 procent — en stelt dat de Noordzee niet lijdt onder massale overbevissing van platvis. De visstanden van tong en schol worden momenteel als redelijk tot goed beoordeeld, al verandert de soortensamenstelling door klimaatverandering (minder kabeljauw, meer zeebaars en inktvis). Tegelijkertijd staat het ecosysteem onder druk door meerdere factoren: brandstofkosten, beperkingen door windmolenparken en afgesloten gebieden, drukke scheepvaartroutes en regelgeving.
Leven aan boord blijft ruw en praktisch: een week op zee bestaat uit uren varen naar de grond, netten uitzetten en snel sorteren als de alarmen gaan; ook vinden de vissers veel afval en soms vreemde voorwerpen in de netten — van plastic tot een mammoetkies. De Visafslag in Stellendam is in hun ogen een overblijfsel van betere tijden: waar vroeger tientallen kotters kwamen, zijn dat er nu nog maar enkele.
Financieel en toekomstperspectief: bankier Jan de Ruyter (ABN Amro) ziet kansen voor wie investeert in zuinigere motoren en aanpassingen aan romp en inrichting, maar onzekerheid en de hoge kosten remmen zulke investeringen. Voor veel schippers is stoppen geen optie: het schip is hun pensioen en kostte nieuw miljoenen. Hans verwoordt het persoonlijk: “Mijn pensioen zit in dit schip.” Omdat opvolging schaars is — de zoons van Hans zijn nog jong — is de toekomst van deze familievissers en van de boomkorvloot onzeker.