Een 'banenbloedbad' voor starters door AI? Geen paniek, zeggen economen
In dit artikel:
In binnen- en buitenlandse media klinken de afgelopen maanden alarmerende berichten dat AI vooral startersbanen bedreigt. Die berichten baseren zich grotendeels op cijfers van arbeidsmarktonderzoeksbureau Intelligence Group: het aandeel startersvacatures in Nederland zou de afgelopen jaren zijn gehalveerd, vooral zichtbaar in zogenoemde AI-gevoelige dienstverlenende en ict-beroepen (advocatuur, marketing, consultancy, softwareontwikkeling).
Economen Mathijs Bouman en Anna Salomons erkennen dat AI taken kan overnemen die veel kennis vereisen, en dat daarmee afgestudeerden met veel theorie maar weinig praktijkervaring kwetsbaar kunnen zijn. Tegelijk waarschuwen zij dat de daling van startersvacatures niet eenduidig aan AI is toe te schrijven. Andere verklaringen spelen een rol, zoals de nasleep van de coronapandemie: na een periode van sterke vraag en personeelstekorten normaliseert de arbeidsmarkt, waarbij werkgevers eerder nieuwe aanwas beperken dan ervaren personeel ontslaan. Daardoor vallen starters vaak als eerste buiten de boot, zonder dat dat hun intrinsieke economische waarde weerspiegelt.
Salomons benadrukt ook het onderscheid tussen wat AI in theorie kan en wat bedrijven daadwerkelijk gebruiken. Enquêtes en onderzoek (onder meer door het Amerikaanse Anthropic en een Deens onderzoek) tonen dat bedrijven uiteenlopen in de mate waarin zij AI toepassen; uit Deens onderzoek bleek bijvoorbeeld geen extra sterke afname van startersbanen juist bij bedrijven die AI grootschalig inzetten. Verder kan AI soms als zondebok worden aangevoerd bij reorganisaties: organisaties noemen technologische innovatie om ontslagrondes te legitimeren.
De publieke zorg is groot: volgens het CBS denkt driekwart van de Nederlandse volwassenen dat AI banen zal doen verdwijnen. Bouman en Salomons delen bezorgdheid over veranderingen, maar vinden doemscenario’s vooralsnog voorbarig. Zij wijzen erop dat AI ook productiviteitswinst en oplossingen voor personeelstekorten kan brengen, vooral in de dienstensector waar groei stokt. Salomons geeft starters een voorzichtig optimistisch vooruitzicht: de werkende bevolking krimpt, waardoor jongeren nodig blijven en zij doorgaans sneller met nieuwe technologieën meegaan.
Kortom: er is een duidelijke daling van startersvacatures, en AI kan daar onderdeel van zijn, vooral in kennisintensieve sectoren. Maar economische cycli, veranderende arbeidsvraag en de variabele inzet van AI door bedrijven betekenen dat de relatie complex is. Voorlopig is sprake van verandering en onzekerheid, niet van een onherroepelijke "banenapocalyps"; beleid, scholing en productiviteitsmaatregelen zullen mede bepalen hoe starters de nieuwe arbeidsmarkt doorkomen.