Een anekdotische anekdote over Hans van Manen (1932-2025)
In dit artikel:
Max Pam herdenkt choreograaf Hans van Manen naar aanleiding van diens overlijden en gebruikt die gelegenheid voor een persoonlijke anekdote die een klein meningsverschil over kunstbegrip mooi afrondt. Hoewel Pam zichzelf niet als liefhebber van ballet ziet, bewonderde hij Van Manen om zijn discipline, lenigheid en vooral zijn helderheid van spreken. Van Manen formuleerde het kernpunt bondig: “Dans drukt dans uit en verder niets,” een no-nonsense opvatting die Pam in een HP/De Tijd-interview uit 2016 terugvond.
Pam herinnert zich een vroeger televisie-interview (waarschijnlijk 1982 of 1983) waarin Adriaan van Dis Van Manen bevraagde en Van Manen stelde dat grote kunst nooit anekdotisch kan zijn omdat ze universeel zou moeten zijn. Pam maakte tegenwerpingen: die stelling lijkt volgens hem wel op te gaan voor non-verbale vormen als dans, maar niet voor literatuur. Hij haalt daarvoor schrijvers als Tsjechov en Tolstoj aan en in Nederland Karel van het Reve, die juist door anekdotische verteltrant en zelfs mopjes leven en menselijkheid in zijn werk brengt (Pam geeft een kort voorbeeld van zo’n politieke mop uit de communistische tijd).
De clou van Pam’s herinnering speelt zich af in een kaaswinkel in Amsterdam-Zuid: Van Manen woonde even in dezelfde buurt en liep hem daar tegen het lijf bij de toonbank van de bekende zaak NAN. Terwijl Van Manen met vakkennis kazen en wat flessen wijn liet verpakken, zag hij Pam en sprak hem aan: “U bent toch mijnheer Pam?” waarna hij — verrassend en galant — zei: “U heeft misschien toch gelijk. Dat wilde ik even zeggen.” Daarna vertrok Van Manen als een voorname man; Pam bleef verbijsterd achter. De onverwachte erkenning voelde zowel verhelderend als vreemd: een schrijvende criticus werd op een eenvoudige, menselijke manier bevestigd door de kunstenaar die hij had bekritiseerd.
Pam gebruikt de ontmoeting om twee dingen te laten zien: hoe Van Manens directe opvattingen over dans in de praktijk samengaan met fatsoen en openheid, en dat discussies over kunstvormen — of iets anekdotisch mag zijn of niet — vaak in een klein, persoonlijk moment terecht kunnen komen. Het verhaal illustreert tevens Pam’s overtuiging dat anekdotes onmisbaar zijn in literatuur omdat ze personages en verhalen menselijk en levendig maken.