Een aanvullende pensioenpot voor iedereen, zoals de regering wil? Dat zal tijd en (veel) geld kosten
In dit artikel:
De federale regering wil tegen 2035 voor alle werknemers en contractuele ambtenaren een aanvullend pensioen invoeren, waarbij werkgevers minimaal 3% van het loon moeten bijdragen. Uit analyse van Sigedis en onderzoekers blijkt echter dat de realisatie ver weg is en flink zal kosten.
Wat is de situatie vandaag?
- Ongeveer 1 op de 3 werknemers (ruim 1,3 miljoen mensen) heeft helemaal geen aanvullend pensioen. Bij laagbetaalden ligt dat percentage op 64%; bij de hoogstbetaalden is het nog maar iets meer dan 10%.
- Nog eens 46% van de werknemers (meer dan 1,8 miljoen) heeft wel een tweede pijler maar met werkgeversbijdragen onder de voorgestelde 3%. Bij laagbetaalden geldt dit voor 9 op de 10.
- Van de groep die onder de 3%-grens zit, zou ongeveer twee derde minimaal hun werkgeversbijdrage moeten verdubbelen om aan het streefniveau te komen.
Financiële impact
- Sigedis rekent voor dat werkgevers gezamenlijk bijna 2 miljard euro extra moeten ophoesten: ruim €871 miljoen om degenen zonder aanvullende regeling naar 3% te brengen, en bijna €1,1 miljard om bestaande regelingen op te hogen tot dat niveau.
- De overheid draagt ook substantieel bij via fiscale voordelen en gunstige RSZ-behandeling van stortingen en rendementen. CeSO-onderzoeker Joy Schols noteert dat die overheidssteun in 2019 al rond de €2,1 miljard lag; dat bedrag is inmiddels waarschijnlijk hoger en zal toenemen bij veralgemening.
De situatie voor ambtenaren
- In het regeerakkoord staat dat er een tweede pijler voor vastbenoemde ambtenaren komt “zodra hun pensioen gelijk is aan dat van contractuelen”. Dat hangt samen met hervormingen die volgens de Vergrijzingscommissie het gemiddelde ambtenarenpensioen tegen 2070 met bijna 12% doen dalen; sommige groepen verliezen meer dan 20%.
- UCL-professor Pierre Devolder waarschuwt dat de voorwaarde om te wachten onaanvaardbaar is: “Dat is alsof ik pas vitaminen op mijn sterfbed neem.” Zijn advies is helder: ofwel vertraag je de versnelling van besparingen in de eerste pijler, ofwel bouw je de tweede pijler nu snel uit — niet pas over jaren.
Conclusie
Deambitie van de regering is sociaal en budgettair ingrijpend. Naast de directe werkgeverskost zullen fiscale en sociale maatregelen de rekening voor de overheid verhogen. Belangrijkste knelpunten zijn grote ongelijkheid in huidige dekking (laagbetaalden blijven achter), de hoge implementatiekosten en het tijdspad voor ambtenaren. Zonder versnelde uitvoering of compenserende keuzes lijken de doelstellingen tegen 2035 moeilijk haalbaar.