Econoom fileert kabinet: AOW-leeftijd niet omhoog door vergrijzing, maar door defensie
In dit artikel:
Martin Visser, econoom en journalist, zei bij Pauw & De Wit dat de AOW niet onbetaalbaar wordt door vergrijzing en beschuldigde het kabinet ervan de AOW-discussie te gebruiken om financiële ruimte te creëren voor hogere defensie-uitgaven. Het kabinet stelt dat in 2040 nog maar twee werkenden overblijven voor iedere AOW‑gerechtigde (tegen zeven in 1957), en ziet daarin een bedreiging voor de houdbaarheid van het stelsel. Visser noemt die redenering onjuist: volgens hem tonen stukken van minister Vijlbrief aan dat de AOW zelf niet het probleem is en dat er in 2019 al een akkoord lag dat de vergrijzingsdruk op de AOW heeft aangepakt.
De politiek staat gespannen doordat het kabinet de versnelde verhoging van de AOW‑leeftijd onder druk van de vakbonden heeft teruggedraaid, maar er nog een pakket van ongeveer 6,5 miljard euro aan bezuinigingen bestaat dat ingevuld moet worden. Visser bekritiseert de volgorde van het debat: de regering begint volgens hem bij de boekhouding en zoekt vervolgens onderwerpen om daarop te laten drukken, in plaats van eerst gezamenlijk inhoudelijke doelstellingen vast te stellen. Dat verklaart waarom de AOW telkens op tafel komt, aldus Visser — niet omdat de uitkering zelf de grootste bottleneck is, maar omdat er geld moet worden gevonden voor andere prioriteiten.
De impasse leidde ertoe dat vakbonden het overleg in het Catshuis verlieten en nieuwe stakingen aankondigden; op 24 juni wordt onder andere in het openbaar vervoer actie gevoerd. FNV-woordvoerders gaven aan dat het kabinet onvoldoende tegemoetkomt. Minister Vijlbrief wilde eerst praten over hervormingen in het sociale domein (met name arbeidsongeschiktheid), waarna pas gesproken zou worden over de bezuinigingen; voor de bonden hing het bedrag van 6,5 miljard echter al te zwaar boven de onderhandelingen.
Financieel minister Eelco Heinen benadrukte dat de bezuinigingen niet automatisch van tafel zijn en riep op tot overleg aan tafel in plaats van acties. Hij zei dat als de bezuinigingen niet op de geplande manier worden ingevuld, er alternatieven moeten komen en dat de dekking gezocht moet worden waar het gat is. Visser blijft bij zijn conclusie dat de AOW‑argumentatie vooral dienstdoet als dekmantel om noodzakelijk geachte uitgaven, zoals aan defensie, te kunnen bekostigen.