Economisch beeld iets negatiever in maart

dinsdag, 31 maart 2026 (06:30) - CBS

In dit artikel:

De Conjunctuurklok van het CBS toonde in maart een licht verslechterd beeld ten opzichte van februari: negen van de dertien meetindicatoren presteren onder hun langjarige trend. De klok verzamelt alle recente CBS-gegevens om het algemene macro-economische tij in Nederland te duiden, maar geeft geen uniform beeld voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Consumenten gaven in maart een somberder signaal, terwijl producenten juist minder negatief waren; het producentenvertrouwen ligt boven het twintigjarig gemiddelde, het consumentenvertrouwen daaronder. In januari 2026 was de uitvoer van goederen (werkdaggecorrigeerd) 1,1% hoger dan in januari 2025, vooral door meer export van delfstoffen en textiel/kleding. De particuliere consumptie bleef in januari op jaarbasis nagenoeg gelijk (gecorrigeerd voor prijs- en koopdagverschillen), zowel voor goederen als diensten.

Investeringen in materiële vaste activa vielen in januari 2026 met 1,4% terug ten opzichte van een jaar eerder; dat is minder scherpe krimp dan de 2,3% een maand eerder. De daling kwam vooral door lagere uitgaven aan gebouwen, personenauto’s en infrastructuur. De industriële productie steeg kalendergecorrigeerd 1,1% op jaarbasis en seizoengecorrigeerd 0,4% ten opzichte van december.

Arbeids- en woningmarkt: in februari waren er 416 duizend werklozen (4,1% van de beroepsbevolking) en nam het aantal werklozen de afgelopen drie maanden gemiddeld met 3 duizend per maand toe. Het totaal aantal arbeidsuren in Q4 daalde licht (-0,1% op kwartaalbasis). Het aantal openstaande vacatures zakte naar 380 duizend, een daling van 7 duizend; het vacatureaantal daalt vrijwel elk kwartaal sinds circa drie jaar. Faillissementen namen in februari toe met 40 bedrijven (+17% t.o.v. januari). De verkoopprijzen van bestaande woningen stegen in februari met 5,4% op jaarbasis (+0,1% m/m).

Economisch eindbeeld: de tweede raming van het CBS laat zien dat het bbp in Q4 2025 met 0,5% groeide ten opzichte van Q3, vooral dankzij het handelssaldo.