Economisch beeld even negatief in mei

vrijdag, 29 mei 2026 (06:30) - CBS

In dit artikel:

Het conjunctuurbeeld van het CBS bleef in mei even somber als in april: volgens de Conjunctuurklok presteerden 11 van de 13 indicatoren onder hun langjarige trend. De Conjunctuurklok bundelt recente CBS-cijfers om de stand van de Nederlandse economie te duiden; het beeld is macro-economisch en geldt niet automatisch voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Consumenten- en producentenvertrouwen verslechterde in mei en lag beide onder het twintigjaar-gemiddelde. Huishoudelijke bestedingen waren in Q1 2026 in totaal gelijk aan Q4 2025, maar met een verschuiving in samenstelling: meer uitgegeven aan kleding en voeding, minder aan vervoersmiddelen en brandstof. De uitvoer van goederen kromp in Q1 met 1,2% ten opzichte van het voorgaande kwartaal, vooral door minder export van machines en transportmiddelen. Tegelijk stegen investeringen in vaste activa met 0,7%, met name door uitgaven aan vliegtuigen en machines.

Productie en arbeidsmarkt: de kalendergecorrigeerde industriële productie was in maart 1,7% hoger dan een jaar eerder en klom 2,8% ten opzichte van februari. Werktijd daalde in Q1 met 0,2% (seizoengecorrigeerd) tot ruim 3,7 miljard uur. Het aantal openstaande vacatures stond eind Q1 op 378 duizend, 6 duizend minder dan een kwartaal eerder; het vacatureaantal daalt vrijwel elk kwartaal sinds Q3 2022. Uitzendbureaus zagen in Q4 2025 een omzetstijging van 0,8% jaar-op-jaar.

Financiële en sociale indicatoren: het aantal faillissementen daalde in april licht (8 minder, -3% gecorrigeerd voor zittingsdagen). De prijzen van bestaande koopwoningen waren in april 4,3% hoger dan een jaar eerder, iets minder sterk dan de 5% jaar-op-jaar in maart; maand-op-maand waren huizenprijzen nagenoeg stabiel. De werkloosheid daalde naar 397 duizend in april (3,9% van de beroepsbevolking), ten opzichte van 4,0% in maart; gemiddeld nam het aantal werklozen de afgelopen drie maanden met 6 duizend per maand af.

Eerste raming bbp: het CBS schat dat het bruto binnenlands product in Q1 2026 met 0,1% groeide t.o.v. Q4 2025. Die groei kwam vooral door hogere overheidsuitgaven, investeringen en voorraadopbouw, terwijl de dalende uitvoer een remmende werking had. Al met al wijst de Conjunctuurklok op een zwak en gemengd herstel waarbij binnenlandse bestedingen en investeringen enige steun geven, maar externe vraag en de arbeidsmarkt geleidelijk afkoelen.