Economie valt stil door terugvallende export en zuinige consument. 'Valse start 2026'
In dit artikel:
De Nederlandse economie groeide in het eerste kwartaal van dit jaar slechts met 0,1 procent, blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen noemt het „een valse start voor 2026”: de uitkomst is flink slechter dan verwacht en zet vraagtekens bij eerdere groei‑verwachtingen.
De krimpende export was de grootste oorzaak. De uitvoer van goederen — vooral machines en transportmiddelen — daalde met 1,2 procent, terwijl dienstenexport juist groeide. Invoer bleef nagenoeg gelijk, waardoor de handelsbalans verslechterde. Ook de industrie en de zakelijke dienstverlening lieten een zwakker beeld zien; het CBS corrigeerde daarnaast de groei van het voorgaande kwartaal neer van 0,5 naar 0,4 procent.
Consumenten gaven voor het eerst in maanden niet meer uit dan in het voorgaande kwartaal, waardoor de binnenlandse vraag afremt. Nederlanders besteedden iets meer aan kleding en voeding, maar minder aan vervoer en brandstof. Tegelijkertijd loopt de inflatie weer op, onder andere door hogere energieprijzen, wat de koopkracht verder onder druk zet. Het CBS merkt op dat de economische gevolgen van de oorlog rond Iran zich pas vanaf maart beginnen te manifesteren.
Enige steun kwam van de financiële sector, de overheid en de zorg, die investeringen en uitgaven leverden. Het Centraal Planbureau rekende eerder nog op 1,4 procent groei voor 2026; die prognose lijkt nu moeilijk haalbaar, met gevolgen voor de begrotingsplanning van het kabinet.