Economie kan stijgende energieprijzen beter aan dan bij begin oorlog in Oekraïne
In dit artikel:
ING stelt dat de Nederlandse economie minder kwetsbaar is voor een nieuwe prijsstijging van energie dan tijdens de sterke schok van 2022, toen de oorlog in Oekraïne de energieprijzen opdreef. In een donderdag verschenen analyse wijst de bank op een structurele verschuiving binnen de industrie: energie-intensieve sectoren zoals de chemie, de bouwmaterialen- en basismaterialensector zijn gekrompen, terwijl minder energie-intensieve takken zoals farmacie, machinebouw en voedingsmiddelen zijn gegroeid.
Die verschuiving verkleint het deel van de economie dat direct gevoelig is voor hogere energieprijzen. ING noemt als voorbeeld dat de chemiesector niet langer de derde, maar de vierde grootste bedrijfstak van Nederland is. De groeiers (farmacie, machine- en voedingsindustrie) hadden vorig jaar samen ongeveer 8,2 procent van de economie, tegen 7,7 procent in 2021. Dat helpt bedrijven beter op te vangen wat stijgende energiekosten opleveren.
Niet alle gevolgen van de energiecrisis zijn verdwenen: sommige energie-intensieve ondernemingen gingen failliet en anderen kampen nog met concurrentiedruk, onder andere uit China. Toch is het grootste deel van de industrie sinds 2022 hersteld, wat samenhing met een economische groei van circa 1,9 procent vorig jaar en een iets positiever ondernemerssentiment in de sector.
Voor beleidsmakers betekent de grotere weerbaarheid dat een herhaling van de crisis vermoedelijk minder directe druk zal leggen op de overheid om grootschalige steun te bieden. Het kabinet zegt deze week nog niet te willen ingrijpen zolang er geen daadwerkelijk olie- of gastekort is, maar houdt de situatie scherp in de gaten. Internationaal ziet ING dat Nederland zwaarder door de energiecrisis is getroffen dan de meeste andere Europese landen; alleen Duitsland kende een grotere productiedaling.