Economen weten het zeker: niet het belasten van de vermogenswinst, maar van aanwas is de juiste weg

maandag, 18 mei 2026 (17:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Vier jaar nadat het zogenoemde Kerstarrest de oude manier van box‑3-belasting ontmantelde, buigt de Eerste Kamer deze week zich over de Wet Werkelijk Rendement Box 3. Dinsdag begint een lange deskundigenbijeenkomst waarin specialisten, belangenorganisaties en economen het nieuwe stelsel (ingang 2028) tegen het licht houden. De centrale vraag: welk systeem is economisch het beste — een jaarlijkse vermogensaanwasbelasting of een belasting op gerealiseerde vermogenswinst?

De Tweede Kamer stemde eerder in met een hybride wet: in principe wordt jaarlijks belasting geheven over de veronderstelde groei van spaargeld, aandelen en andere beleggingen (aanwas), maar voor onroerend goed en investeringen in start‑ups geldt uitzonderlijk een winstbelasting; waardestijgingen daarvan worden pas bij realisatie belast. Tegelijk riep een motie het kabinet op door te werken naar een volledig winstbelastingsstelsel — een route die ook in het coalitieakkoord staat — maar alleen de VVD steunde die motie binnen de coalitie, wat de politieke gevoeligheid illustreert.

Voorstanders vanuit bedrijfsleven en vastgoedbranche pleiten voor een winstbelasting; zij noemen die eerlijker voor beleggers. Tegenstanders, onder wie economen van het ministerie en hoogleraar Bas Jacobs (VU), menen dat een aanwasbelasting superieur is: het behandelt verschillende soorten beleggingen gelijk, voorkomt fiscale prikkels om opbrengsten uit te stellen en is eenvoudiger uitvoerbaar. Jacobs wijst erop dat een winstbelasting onevenredig hogere effectieve tarieven kan opleggen aan kleinere beleggers en risico‑vermijdende spaarders, terwijl de transitiekosten voor de schatkist bij invoering van winstbelasting aanvankelijk miljarden kunnen bedragen doordat niet‑gerealiseerde winsten worden uitgesteld.

Kritiek op de aanwasbelasting richt zich vooral op liquiditeitsproblemen: als vastgoed of start‑ups in waarde stijgen maar geen verkoop plaatsvindt, kan belastinghefing lastig zijn. Daarom staat in de wet een uitzondering voor illiquide bezittingen; Jacobs noemt die uitzondering acceptabel voor vastgoed maar onnodig en risicovol voor start‑ups vanwege arbitragemogelijkheden.

De komende weken ligt de beslissing bij de senatoren, die op fiscaal terrein vaak sturend optreden. De wet met het hybride model zal naar verwachting in 2028 van start gaan, maar het is onzeker of de Eerste Kamer het politieke en economische debat gebruikt om het uiteindelijke stelsel — aanwas of winst — definitief richting te geven.