Ecologische boeren zoeken een antwoord op de extreme droogte in Zuid-Spanje
In dit artikel:
In Zuid-Spanje, het droogste gebied van Europa, neemt de verwoestijning toe. Door langdurige droogte, intensieve landbouw en het uitputten van waterbronnen verliest de bodem zijn vruchtbaarheid. Klimaatmodellen voorspellen bovendien minder regen en hevigere stortbuien. Die combinatie leidt tot erosie, overstromingen, natuurbranden en een verdere leegloop van het platteland.
Dat merken Claudia González en Helena Morales dagelijks op hun landgoed van twee hectare bij Vélez-Blanco, op de grens van Murcia en Almería. In november 2025 oogsten ze olijven na maanden zonder echte regen. De ongeveer tachtig bomen staan op uitgeputte grond en leveren te weinig op om van te leven. Het stel, dat met hun dochter op het erf woont, verhuurt daarom appartementen. Met permacultuur proberen ze de bodem te herstellen: ze ploegen niet, gebruiken compost en laten planten tussen de bomen groeien. Zo willen ze een kleine oase creëren en andere boeren tot verandering bewegen, al stuiten ze op weerstand en culturele vooroordelen.
Volgens bodemonderzoeker Joris de Vente betekent verwoestijning niet dat een gebied letterlijk in zand verandert, maar dat de bodem over tientallen jaren degradeert. Door intensief ploegen verdwijnt organisch materiaal, waardoor de grond minder water vasthoudt en steeds harder wordt. Regenwater stroomt vervolgens snel weg, terwijl stortbuien erosie veroorzaken. In de regio is al ongeveer twintig procent van het gecultiveerde land verlaten; dorpen vergrijzen en jongeren trekken naar de stad.
Een belangrijke tegenstelling is dat Zuid-Spanje tegelijk de grootste Europese exporteur van groente en fruit is. Aan de kust liggen uitgestrekte plantages en kassen, waarvoor grondwater, rivierwater en ontzilt zeewater worden aangevoerd. Daar is water ogenschijnlijk overvloedig, terwijl kleine boeren in het binnenland nauwelijks mogen irrigeren. De grootschalige landbouw levert werk en economische groei op, maar put ecosystemen uit, kent slechte arbeidsomstandigheden voor veel migranten en leidt door overproductie tot grote verspilling. Volgens landschapsecoloog Gabriel del Barrio planten bedrijven soms drie keer meer dan nodig om leveringsproblemen te voorkomen; een groot deel van de oogst wordt weggegooid.
Kleine boeren proberen alternatieven uit. Santiaga Sanchez, voorzitter van de vereniging Alvelal, werkt met regeneratieve landbouw op haar bedrijf met amandelen, graan en geiten. Ze laat vegetatie staan, gebruikt mest, legt dammen aan om water vast te houden en stimuleert biodiversiteit met bloemen en nestkastjes. Alvelal werd tien jaar geleden met hulp van de Nederlandse organisatie Commonland opgericht en telt inmiddels meer dan vierhonderd leden. De aanpak kan de bodem herstellen, maar het duurt volgens De Vente minstens zes of zeven jaar voordat die weer als een spons werkt. In de eerste jaren kunnen opbrengsten zelfs dalen, terwijl het financiële voordeel voor boeren beperkt blijft. De samenleving profiteert wel van minder overstromingen, meer groen en een leefbaarder platteland.
Niet alle boeren geloven daarin. Domingo Pernias, eigenaar van een amandelbedrijf van meer dan honderd hectare, noemt landbouw zonder irrigatie en bodembedekking financieel niet rendabel. Hij houdt toch vegetatie tussen zijn bomen omdat de Europese landbouwsubsidies dat stimuleren; zonder EU-steun zou hij sommige jaren verlies lijden. Pernias ziet geen alternatief voor de werkwijze van vorige generaties en blijft ploegen, ondanks de toenemende droogte.
De politieke keuzes versterken de tegenstelling. De nationale regering wil nieuwe grondwatervergunningen in droge gebieden beperken, maar in de door de conservatieve Partido Popular bestuurde regio’s worden nog steeds vergunningen voor nieuwe plantages afgegeven. Kleine boeren verkopen of verpachten hun grond geregeld aan grote bedrijven. Illegale putten kunnen bovendien winstgevend blijven, zelfs wanneer een boete volgt. Volgens Del Barrio kiezen politiek en bedrijfsleven voor kortetermijnwelvaart, terwijl de gevolgen — uitgeput land, verlies aan biodiversiteit en een kwetsbare samenleving — eeuwen kunnen doorwerken.
De betrokken onderzoekers en boeren benadrukken dat de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij individuele boeren ligt. Ook supermarkten en consumenten houden het systeem in stand door het hele jaar goedkope groente te eisen. Zuid-Spanje kan volgens hen alleen toekomstbestendig blijven als watergebruik, landbouwsubsidies en productieketens veranderen en herstel van bodem en natuur zwaarder weegt dan maximale winst op korte termijn.
Vandaag Inside: René van der Gijp lacht om tafelgast bij Renze: 'Hij doet z'n naam eer aan!'