Echo's uit Irak en Afghanistan? De interventie in Venezuela wordt anders
In dit artikel:
Na de gevangenneming van Nicolás Maduro kondigde president Trump aan dat de Verenigde Staten tijdelijk de Venezolaanse olie-industrie zullen overnemen en het land zullen gaan “runnen”. Opvallend daarbij is dat hij het begrip democratie niet noemde; de actie lijkt daarom minder gericht op het herstellen van verkiezingen dan op directe invloed en stabilisatie.
Historisch gezien rechtvaardigden Amerikaanse presidenten buitenlandse ingrepen vaak als een poging democratie te bevorderen — van Reagan tot Obama — maar volgens Trump en de nieuwe Nationale Veiligheidsstrategie is dat ideaal niet langer het leidende doel. De strategie herleeft ook elementen van de 19e-eeuwse Monroe-doctrine, die de VS als dominante macht in het westelijk halfrond ziet; Trump grapte tijdens de persconferentie over een “Donroe Doctrine”.
De afkeer van langdurige regime-change operaties is mede gevormd door de ervaringen in Irak en Afghanistan: miljoenen doden en enorme kosten — in de orde van honderden miljarden tot biljoenen euro’s — maakten veel Amerikanen en beleidsmakers terughoudend om opnieuw langdurig militair te interveniëren. Daarom zoekt de Amerikaanse regering nu naar meer afgebakende, beheersbare ingrepen. Trump beloofde “vrede, vrijheid en rechtvaardigheid” voor Venezolanen en suggereerde dat veel migranten daar voordeel van kunnen hebben, wat neerkomt op een wens dat zij terugkeren.
Praktisch betekent dit dat de VS een marinegroep voor de Venezolaanse kust heeft gepositioneerd en niet uitsluit opnieuw militair in te grijpen om een door Washington gewenste machtswisseling af te dwingen. Aanhangers binnen het netwerk rond Trump, zoals oud-brigadegeneraal Rob Spalding, benadrukken dat het doel mogelijk niet democratisering is maar het testen van reacties van bondgenoten van Maduro — Rusland, China en Iran — en het veiligstellen van Amerikaanse dominantie in de regio. Caracas’ politieke elite zal hier de komende tijd rekening mee moeten houden.