'Echo Delay Reverb' toont de vruchtbare dialoog tussen Franse filosofie en Amerikaanse kunst

woensdag, 14 januari 2026 (11:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Naomi Beckwith, hoofdconservator van het Guggenheim en gastconservator van de aankomende documenta in Kassel, kreeg carte blanche van Palais de Tokyo in Parijs en stelde daar in januari 2026 Echo Delay Reverb samen: een tentoonstelling die de uitwisseling tussen naoorlogse Franse filosofie en Amerikaanse kunst onderzoekt. Meer dan zestig kunstenaars, met werken uit 1970–2020, worden gegroepeerd rond thema’s als ras, gender, disseminatie en het abjecte. Beckwith omschrijft de presentatie als een essay-vormige tentoonstelling en noemde de opgave zelf een “mission impossible”.

De tentoonstelling laat zien hoe denken van figuren als Deleuze, Derrida, Kristeva, Fanon en Édouard Glissant kunstenaars inspireerde of als interpretatiekader fungeerde. Dat gebeurt niet altijd als een directe koppeling; vaak vormen de wall texts de sleutel om een filosofische echo in een kunstwerk te horen. Soms werkt die koppeling overtuigend — bijvoorbeeld waar Glissants begrip van ‘opacité’ wordt gelezen in Glenn Ligons Mirror #4, waarin tekst bewust onleesbaar wordt gemaakt en zo de ontoegankelijkheid van bepaalde persoonlijke ervaringen benadrukt — maar vaak blijft onduidelijk of een kunstenaar expliciet door een denker is aangesproken of dat de conservator een later verband construeert.

De zalen die het abjecte verkennen, scoren het sterkst. Julia Kristeva’s theorie over walging en grensoverschrijding blijkt geschikt als instrument om werk te duiden dat lichamelijke of sociale afstoting oproept. Het oeuvre van Pope.L is hier exemplarisch: zijn performances en objecten — van crawls door stadswijken tot sculpturen van rottende uien en schilderingen omlijst met pindakaas — zetten de blik op ongemakkelijke, vernederende manieren waarop zwarte mensen in de VS worden gezien. Videoregistraties tonen het ongemak of de agressie van omstanders en dwingen het museumpubliek tot zelfreflectie over kijken en medeplichtigheid.

Andere hoogtepunten belichten koloniale en postkoloniale kritiek. Edgar Heap of Birds plaatst scherpe teksten die het Franse narratief van ‘liberty’ en koloniale uitwassen ter discussie stellen; Julie Mehretu’s Heavier than Air (2014) vertaalt protestenergie — geïnspireerd door de Arabische Lente en visuele vormen van schrift en verzet — in explosieve abstracte gebaren die tegelijk verwijzen naar modernistische voorgangers en hedendaagse onrust. Mehretu’s werk illustreert ook het spanningsveld tussen theorie en autonome beeldkracht: het nodigt uit tot filosofische lezing, maar blijft in essentie visueel en onttrekt zich aan volledige systematische uitleg.

Kritisch gezien werkt Echo Delay Reverb vooral als een rijk samengestelde inventaris van resonanties tussen theorie en kunst, minder als een rigoureus gedocumenteerde genealogie van invloed. Rechtstreekse, aantoonbare dialogen tussen specifieke Franse denkers en Amerikaanse kunstenaars zijn eerder zeldzaam; de tentoonstelling omarmt daarmee postmoderne onduidelijkheid — echo’s en vertraagde weerklanken in plaats van directe oorzakelijkheid. Soms overheerst de zoektocht naar conceptuele verbanden het rechtstreeks ervaren van de kunstwerken.

Conclusie: Beckwith levert een ambitieuze, vaak prikkelende tentoonstelling die laat zien hoe filosofische ideeën als instrumenten voor maatschappelijke kritiek en artistieke vernieuwing functioneren. Echo Delay Reverb biedt veel te ontdekken, maar het verband tussen theorie en praktijk blijft soms meer suggestie dan bewezen lijn — wat zowel een zwakte als een kracht van de opzet is.