E-bikes hebben 'gewone' fietsen verdrongen, maar tegen welke prijs? '50.000 calorieën minder per jaar'
In dit artikel:
De elektrische fiets heeft de Nederlandse tweewielermarkt grotendeels overgenomen, maar de klassieke niet‑ondersteunde fiets blijft relevant. Bert van Voorthuizen van Joop Fietsen in Renswoude, onlangs verkozen tot Tweewielerwinkel van het Jaar 2026, zag de e-bikekans al vroeg toen Sparta begin deze eeuw de Ion lanceerde. In zijn winkel bestaat het assortiment inmiddels voor ruim 80% uit e‑bikes: van bakfietsen en longtails tot toer‑ en forensfietsen, driewielers, gravelbikes en speed pedelecs.
Recente cijfers van RAI Vereniging en Bovag tonen de omvang van die verschuiving: vorig jaar was 49% van de nieuw verkochte fietsen elektrisch (391.318 stuks) en vertegenwoordigden die e‑bikes 73% van de brancheomzet, die uitkwam op ongeveer 1,53 miljard euro. De gemiddelde prijs van een e‑bike lag in 2025 op 2.872 euro, terwijl alle nieuw verkochte fietsen gemiddeld 1.925 euro kosten.
Drie klantgroepen stuwen de vraag: jongvolwassenen die e‑bikes als alternatief voor de auto gebruiken (voor woon‑werk en langere stadsritten), oudere volwassenen die vervangen en upgraden naar hogere segmenten, en steeds meer tieners. Voor jongeren fungeert de e‑bike als moderne gadget en een alternatief voor brommers, mede door rijbewijsregels en helmplicht. Ouders stemmen vaak in onder voorwaarden.
Tegelijkertijd rijzen zorgen over veiligheid en gezondheid. Een RIVM‑onderzoek (2026) concludeert dat e‑bikes bij jongeren tot minder beweging leiden en dat het risico op ernstige ongevallen en spoedeisende hulpbezoeken stijgt. Een kleine pilot in ziekenhuis Gelderse Vallei (Ede) berekende dat een 65‑kg persoon die 50–60 km per week op e‑bike in turbostand rijdt, jaarlijks zo’n 50.000 kcal minder verbrandt — ongeveer gelijk aan 5 kg lichaamsgewicht — vergeleken met dezelfde afstand op een gewone fiets.
Praktische bezwaren blijken beperkt. Diefstal wordt ingeperkt door betere beveiliging (ingebouwde gps, dubbele ART‑sloten) en verzekering; de aanschafprijs schrikt weinig potentiële kopers af, hoewel ouders voor tieners vaak goedkopere of tweedehands modellen kiezen. Een terugkerende angst is een kapotte accu en de kosten voor vervanging, maar de kwaliteit van systemen is verbeterd doordat fabrikanten vaker vertrouwen op gevestigde leveranciers zoals Shimano en Bosch.
Niet alles wordt elektrisch: traditionele citybikes vormden vorig jaar nog 19% van de nieuwverkopen. Er blijft vraag naar robuuste, niet‑ondersteunde fietsen — bijvoorbeeld als leenfietsen bij autodealers of voor korte boodschappen en puristische fietsfanaten. Conclusie: de e‑bike is blijvend dominant voor mobiliteit, maar verdringt de klassieke fiets niet volledig.