Dwangsommen voor COA vanwege azc Hardenberg zijn „funest voor het vertrouwen in de overheid"
In dit artikel:
De gemeente Hardenberg heeft een dwangsom ingesteld om het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) te dwingen een opvanglocatie te sluiten die volgens afspraken uiterlijk begin maart 2026 niet meer gebruikt mocht worden. In het azc verblijven nog 427 mensen; Hardenberg kan tot in totaal vijf miljoen euro aan dwangsommen opleggen. Het COA zegt dat dwangsommen het capaciteitsprobleem niet oplossen en dat mensen niet eenvoudig op straat kunnen worden gezet.
Het is niet de eerste keer dat het COA met dergelijke sancties te maken heeft: eerder moest het al 1,5 miljoen euro betalen aan de gemeente Westerwolde, en onlangs maakte het COA maximaal vijf miljoen euro over aan Westerwolde omdat het aanmeldcentrum in Ter Apel herhaaldelijk boven de afgesproken grens van 2000 personen uitkwam. Afgelopen nacht verbleven daar 2.170 mensen, het hoogste aantal sinds oktober 2024. Ook de gemeente Epe overweegt dwangsommen omdat asielzoekers langer in een hotel verblijven dan afgesproken.
Juridisch gezien staat een dwangsom een gemeente toe zo’n verplichting in te zetten; het bedrag bouwt op tot naleving of het maximumbedrag bereikt is. Omdat het COA een zelfstandig bestuursorgaan is en grotendeels uit de rijksbegroting wordt gefinancierd, lijkt het soms op het rondpompen van overheidsmiddelen. Deskundigen waarschuwen echter voor de politieke en bestuurlijke gevolgen: emeritus hoogleraar Michiel de Vries noemt het schadelijk voor het vertrouwen in de overheid en vreest dat gemeenten voortaan terughoudender worden bij vrijwillige opvangafspraken met het COA. Hardenberg formuleert het kernpunt expliciet als “afspraak is afspraak” en wijst op de noodzaak van betrouwbare uitvoering om vertrouwen bij inwoners te behouden.
Het COA beroept zich op overmacht; minister Bart van den Brink (CDA) zegt in de Tweede Kamer dat sommige gemeenten onvoldoende plekken hebben aangemeld op grond van de spreidingswet, waardoor plekken tekortschieten en gemeenten als Hardenberg de dupe worden. De Vries betwist die verdediging en verwijst naar eerdere rechtspraak waarin dergelijke argumenten niet hielden: wie een afspraak aangaat, moet die naleven of betere inschattingen maken.
Breder staat de discussie in het teken van de spreidingswet en de opvanginfrastructuur. Na 2015 werden veel grootschalige noodlocaties gesloten, wat nu volgens critici het systeem minder veerkrachtig maakt. De Vries pleit voor een heroverweging — mogelijk meer geconcentreerde opvang — maar erkent dat elke optie lokale nadelen en spanningen zal veroorzaken. Hij benadrukt dat zelfs een perfecte uitvoering van de spreidingswet niet alle maatschappelijke onrust zal wegnemen en roept het Rijk op meer rekening te houden met het groeiende verzet tegen azc’s, wat recent zichtbaar werd in gemeenteraadsverkiezingen.