Duncan Stutterheim, co-owner of the A'DAM Toren: 'Amsterdam is cool, it makes everyone feel something'
In dit artikel:
Duncan Stutterheim, opgegroeid in Landsmeer en bekend geworden als oprichter van dance-imperium ID&T, is tegenwoordig mede-eigenaar van de A’DAM Toren en actief in vastgoed en cultuurondernemingen. Hij blikt terug op zijn jeugd in Noord — waar weinig uitgaansleven was en bewoners zich soms 'anders' voelden — en op hoe zijn ouders, een Nederlandse vader die CMG in Nederland opzette en een Ierse moeder, hem een ambitieus ondernemerschap bijbrachten. Zijn vader gaf hem volgens eigen zeggen één regel mee: werk nooit voor een baas.
In 1992 richtte Stutterheim samen met vrienden ID&T op. Wat begon als een feest voor enkele honderden mensen groeide snel; een eindexamenfeest in de Jaarbeurs trok ruim 15.000 bezoekers en zette de organisatie op de kaart. ID&T ontwikkelde zich tot pionier in de house- en dancecultuur, mede omdat house geen taalbarrière kent. De organisatie professionaliseerde en trok internationaal, en volgens Stutterheim behoren Nederlandse artiesten tot de wereldtop. Na jaren van succes voelde hij zich op een gegeven moment klaar voor iets anders: de nacht die hem vroeger altijd euforie gaf (bijvoorbeeld tijdens AMF in de Johan Cruijff Arena) liet hem op een keer onverschillig; dat was voor hem het signaal om ID&T te verkopen.
Pakweg tien jaar geleden nam hij deel aan een stadsveiling en kocht samen met partners Sander Groet en Hans Brouwer de leegstaande A’DAM Toren. Het pand is voor hem een manier om in te zetten op stedelijke cultuur en vastgoed — later werden ook locaties als de Westergas toegevoegd aan zijn portefeuille. De A’DAM Toren bleek echter niet vrij van controverse: in 2025 leidde het organiseren van het joodse feest We Will Dance Again in The Loft tot discussie omdat het evenement na de aanslagen op 7 oktober als politiek beladen werd ervaren. Optredens tijdens ADE werden gecanceld toen artiesten weigerden te spelen; Stutterheim benadrukt dat de toren neutraal wil blijven en geen politiek getinte feesten wil huisvesten.
Tussendoor nam hij dit jaar ook plaats in de raad van commissarissen van Ajax, een functie waarover hij weinig mag delen vanwege beursregels. Privé woont hij aan de Herengracht en koestert hij een persoonlijke herinnering aan zijn jongere broer Miles, die in 2000 bij een auto-ongeluk om het leven kwam; de plek waar dat gebeurde blijft voor hem een emotionele plek.
Stutterheim benadrukt de aantrekkingskracht van Amsterdam: ondanks klachten over drukte bevat de stad volgens hem nog altijd een rijk nachtleven (meer dan dertig clubs) en extreem veel festivals per hoofd van de bevolking. Voor hem is Amsterdam een stad die mensen emotioneel raakt en waar culturele initiatieven steeds nieuwe kansen blijven bieden.