Duizenden kinderen leven in sporthallen en hotels: „Welke kleur een kabinet ook heeft, dit los je gewoon op"
In dit artikel:
Het aantal kinderen dat in Nederland in noodopvang verblijft is sinds juli 2022 bijna verdrievoudigd: van 2.282 naar 7.019 nu. Volgens het Kinderrechtencollectief — onder leiding van oud-kinderombudsman Marc Dullaert — ligt de verklaring niet in een plotselinge toename van asielzoekers maar in het besluit om enkele grote asielzoekerscentra te sluiten en in het gebrek aan reguliere opvangplaatsen. Daardoor ontstaat structurele ruimtegebrek en blijven vluchtelingen langer in opvangcentra, waardoor bedden langdurig bezet zijn.
Kinderen zitten vaak in tijdelijke locaties als sporthallen, boten, paviljoens of hotels. Inspecties, jeugdartsen en het VN-Kinderrechtencomité waarschuwen al jaren voor de schadelijke gevolgen: kinderen verhuizen veel, missen (gedeeltelijk) school, slapen slecht en kampen met fysieke en mentale klachten; op langere termijn kan dit leiden tot hechtingsproblemen. Een Kamermeerderheid nam vorig jaar een motie aan om de omstandigheden te verbeteren en de gevaarlijkste opvanglocaties te ontruimen (waaronder een boot in Rotterdam), maar die stappen zijn volgens Dullaert niet of onvoldoende uitgevoerd — eind maart vond er op die boot nog een schurftuitbraak plaats.
Het COA noemt noodopvang “verre van ideaal” en streeft naar kleinschalige, langdurige opvang zodat kinderen op één school kunnen blijven en ouders taallessen kunnen volgen. Dat vereist echter dat gemeenten de spreidingswet naleven; 108 gemeenten voldoen daar niet aan. De bezettingsgraad van opvang ligt inmiddels op 104 procent (normaal 96), waardoor volgens het COA alle rek eruit is.
De minister voor asiel, Bart van den Brink, dringt bij gemeenten aan en zegt dat het realiseren van reguliere opvang tijd kost. Coalitiepartner VVD benadrukt echter dat de spreidingswet een vrijwillig karakter heeft en wil vooral dat de aantallen asielzoekers omlaag gaan. Dullaert hekelt de politieke vertraging en symbolische discussies en roept op tot concrete maatregelen om de tienduizenden kinderen uit onveilige noodlocaties te halen.
De spanningen rond spreiding blijken ook uit recente incidenten: gemeenten die opvangplekken wilden beschikbaar stellen werden geconfronteerd met vernielingen en geweld (Loosdrecht, IJsselstein), wat de uitvoering verder bemoeilijkt.