Duizenden kinderen in de noodopvang, daar mogen we ons voor schamen | DVHN commentaar

donderdag, 7 mei 2026 (19:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Het aantal kinderen dat in Nederland in zogenoemde noodopvang verblijft is sinds 2022 fors toegenomen: van 2.282 vier jaar geleden naar momenteel 7.019. Deze kinderen zitten langdurig vast in improviserende locaties — sportzalen, leegstaande kantoren, een schip of hotels — in plaats van in reguliere asielzoekerscentra of normale woningen zoals Nederlandse kinderen.

Volgens het Kinderrechtencollectief zijn de leefomstandigheden in deze noodlocaties ontoereikend: er is te weinig toegang tot gezondheidszorg, er ontbreekt privacy en de veiligheid is niet gegarandeerd. In provincies als Groningen en Drenthe staan tientallen van deze tijdelijke opvangplekken waar ook kinderen wonen. Zulke accommodaties zijn niet bedoeld voor langdurig verblijf, maar omdat er een tekort is aan gewone azc’s en aan huizen voor statushouders, is er voor veel asielzoekers geen alternatief.

Oorzaken liggen deels bij politieke besluiteloosheid: achtereenvolgende kabinetten en de Tweede Kamer hebben het asielvraagstuk niet effectief aangepakt. De op papier bestaande spreidingswet wordt door de meeste gemeenten genegeerd, zonder dat landelijke politiek daar scherp op optreedt — zelfs coalitiepartij VVD trekt weinig consequenties. Dit heeft geleid tot een situatie waarin bijna de helft van alle asielzoekers in noodopvang verblijft.

Tegelijkertijd sluiten steeds meer noodlocaties omdat gemeenten en omwonenden ze niet willen. Gemeenten die wél willen helpen stuiten op protesten en soms geweld, zoals recent in Loosdrecht en IJsselstein. Zonder structurele oplossingen voor opvang en huisvesting blijven kinderen vastzitten in ontoereikende omstandigheden — een politieke en maatschappelijk lacune waar Nederland, gezien zijn rijkdom, voor ter verantwoording geroepen kan worden.