Duitse veiligheidsdienst mag AfD voorlopig niet 'extreemrechts' noemen
In dit artikel:
De bestuursrechtbank in Keulen heeft de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst (BfV) tijdelijk verboden om de partij Alternative für Deutschland (AfD) definitief als rechtsextremistisch te bestempelen. De uitspraak volgt op een rechtszaak van de AfD nadat de dienst de partij vorig jaar formeel als extremistisch had aangeduid. Totdat de rechtbank in de hoofdzaak een definitief oordeel velt — een procedure die naar verwachting lang zal duren — mag de BfV die kwalificatie niet publiekelijk of formeel bevestigen.
Tegelijk bevat het tussenvonnis een scherpe kanttekening: de rechtbank ziet wel degelijk aanzienlijke aanwijzingen dat delen van de AfD activiteiten ontplooien die strijdig zijn met de Duitse grondwet, onder meer door democratische instituties aan te tasten en bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond te denigreren. In deze versnelde procedure kon echter nog niet worden vastgesteld dat de gehele partij onherroepelijk als extreemrechts moet worden aangemerkt.
De BfV houdt vast aan zijn eerdere beoordeling en zegt dat de AfD een bedreiging voor de democratie vormt; uit “tactische overwegingen” gebruikte de dienst de term voorlopig nog niet publiekelijk. De AfD-bestuurders vieren het vonnis als een overwinning en spreken van een politiek gemotiveerde aanval. De veiligheidsdienst kan tegen het tussenarrest in beroep gaan.
Achtergrond: een definitieve extremistische classificatie kan leiden tot strengere monitoring door inlichtingendiensten en praktische gevolgen voor de politieke positie van een partij.