Duitse krijgsgevangene wilde na detentie in VS niet meer weg: „Ik kon het niet beter krijgen"
In dit artikel:
In de bossen bij Fremont, Michigan, herinnert een kleine zuil aan een kamp waar tussen 1943 en 1945 ongeveer 500 Duitse krijgsgevangenen verbleven. Hun ervaringen – vastgelegd onder meer in memoires van Konrad Kreitan – schetsen een beeld dat afweek van veel oorlogstaferelen: relatief comfortabele barakken, ruim voedsel, beperkte bewaking en mogelijkheden om op lokale boerderijen of in fabrieken te werken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog brachten de Verenigde Staten zo’n 425.000 Duitse gevangenen naar Noord-Amerika. Het begon op verzoek van het Verenigd Koninkrijk, dat in 1941 vroeg opvangruimte wegens huisvestingsproblemen op eigen grondgebied. Vanaf 1943 werden krijgsgevangenen per schip naar Amerikaanse havens vervoerd en vervolgens met comfortabele treinen naar kampen in vooral het zuiden en afgelegen gebieden gebracht. De VS richtte in totaal circa 700 kampen in, vaak op verlaten legerbases of speciaal aangelegde terreinen, ver van grote steden om ontsnappingen te bemoeilijken.
Economische motieven speelden een belangrijke rol: door de oorlog ontbrak het aan arbeidskrachten op boerderijen en in fabrieken, waardoor gevangenen werden ingezet als arbeidskracht. In Michigan bijvoorbeeld werkte Kreitan samen met elf anderen op de boerderij van William Teichman; ze kregen betaalde arbeid, rustpauzes en sociale contacten met het boerengezin. Het dagloon was klein—ongeveer 80 dollarcent destijds (grofweg 15 euro naar huidige maatstaven)—maar gaf toegang tot kampwinkels en extra voedsel. Buurtbewoners merkten soms op dat de gevangenen het zelfs beter leken te hebben dan zijzelf.
De campbeleving verschilde per locatie: bewaking was in veel gevallen beperkt en sommige gevangenen konden ’s avonds in lokale dorpen komen, wat geregeld tot frictie leidde, onder meer waar Duitse gevangenen restaurants bezochten waar Afro-Amerikanen waren uitgesloten. In de laatste oorlogsjaren werden gevangenen geconfronteerd met beelden van nazi-atrociteiten; dat leidde bij sommigen tot shock en protest, terwijl vaste SS-aanhangers in sommige kampen blijven ontkennen en dissidente kameraden lastigvielen.
Na de capitulatie van Duitsland in 1945 voerde de Amerikaanse overheid de terugkeer naar Europa grotendeels af: bijna alle gevangenen werden op schepen gezet, ook al wilden velen liever in de VS blijven of vreesden ze de omstandigheden in hun vaderland of in Sovjetgevangenschap. Een klein aantal wist gedwongen repatriëring te vermijden—Georg Gaertner leefde jarenlang ondergedoken en kreeg pas decennia later de Amerikaanse nationaliteit. Enkele duizenden oud-gevangenen keerden in de jaren vijftig vrijwillig terug naar Amerika; Kreitan was een van hen en sprak over zijn periode in de VS als een betrekkelijk geluk in moeilijke tijden.
Kortom: de Amerikaanse POW‑kampen vormden voor veel Duitse soldaten een onverwacht rustige, soms bijna civiele tussenstop waar werk, voedsel en relatief veel bewegingsvrijheid het leven bepaalden—een ervaring die sterk contrasteerde met de verwoesting en het politieke fanatisme waarmee ze in Europa waren opgegroeid.