Duits onderzoek: grootste deel glyfosaat in water komt niet van landbouw
In dit artikel:
Onderzoek van wetenschappers uit Tübingen wijst uit dat glyfosaat, een veelgebruikt onkruidverdelgingsmiddel, mogelijk niet alleen afkomstig is van de landbouw. Traditioneel werd aangenomen dat de hoogste concentraties glyfosaat in het oppervlaktewater tijdens de lente en de herfst gemeten zouden moeten worden, wanneer boeren het middel toepassen. Echter, gegevens uit meerdere Europese rivieren laten een ander patroon zien: de concentraties zijn in de zomer hoog en in de winter laag.
De onderzoekers vermoeden dat de glyfosaatvervuiling in het water ook voortkomt uit huishoudelijk afvalwater, specifiek van aminopolyfosfonaten die aan wasmiddelen worden toegevoegd. Deze stoffen zouden in waterzuiveringsinstallaties omgezet kunnen worden in glyfosaat. Tegelijkertijd zijn er geluiden van experts zoals Peter Leendertse, die twijfels heeft bij de conclusies van het Duitse onderzoek en stelt dat het verband tussen de afname van glyfosaat in de Maas en het gebruik ervan in de landbouw wel degelijk bestaat.
Er is binnen de wetenschappelijke gemeenschap zorg over de potentiële risico's van glyfosaat voor de menselijke gezondheid en het milieu, ondanks dat toezichthouders zoals de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid het als veilig beschouwen. De resultaten van dit onderzoek kunnen leiden tot een heroverweging van de bronnen van glyfosaatverontreiniging in oppervlaktewater.