Ds. Patty: Eerste generatie Molukkers in Nederland leefde duidelijk vanuit geloof

donderdag, 19 maart 2026 (16:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

In 1951 kwamen duizenden Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen per schip naar Nederland; tijdens de lange overtocht werden al kerkdiensten gehouden. In Nederlandse kampen zoals Amersfoort, Westerbork en Vught ontstonden op basis van die saamhorigheid snel kerkelijke samenkomsten, vaak in beschikbare ruimtes of woonbarakken. In november 1952 bundelden vertegenwoordigers van die gemeenschappen hun krachten en richtten zij een eigen kerkverband op, de Geredja Indjili Maluku (GIM), nadat aansluiting bij de kerk op de Molukken formeler niet mogelijk bleek volgens de kerkorde.

Niet alle predikanten gingen daarin mee; een aantal zette een ander kerkverband neer, de Noodgemeente Geredja Protestan Maluku de Belanda (NGPMB). Sindsdien bestaan binnen Nederland meerdere Molukse protestantse kerkverbanden; theologisch wijken ze weinig af van elkaar, maar de liturgische praktijk verschilt wel. De NGPMB houdt meer vast aan liederen die ook op Ambon worden gezongen, terwijl de GIM een eigen liedboek samenstelde met zowel traditionele als modernere gezangen.

Generatieverschillen bepalen de huidige religieuze dynamiek. De eerste generatie leefde duidelijk vanuit het geloof, de tweede generatie ging grotendeels omdat het van hen werd verwacht, en bij de derde en vierde generatie speelt persoonlijke keuze een veel grotere rol. De GIM heeft ongeveer zestig gemeenten, maar het ledenaantal en het kerkbezoek namen in de loop der jaren af; een Amsterdamse GIM-gemeente telt circa 400 leden, met gemiddeld zo’n 80 kerkgangers op zondag. De NGPMB heeft nu nog ongeveer twintig gemeenten en kampt met een tekort aan predikanten; voorzitter ds. Otto Ruff reist landelijk om diensten te verzorgen (bijvoorbeeld recent tegelijk in Culemborg, Den Haag en Oost-Souburg).

Secularisatie en vergrijzing leidden tot sluiting van enkele kerken. Besturen proberen afzwaaiende en kwijnende gemeenten nieuw leven in te blazen, maar zijn deels afhankelijk van nieuwe aanwas en inzet van geestelijk leiders. Volgens betrokken predikanten blijft religieus besef onder Molukse Nederlanders aanwezig, maar neemt de kerkgang duidelijk af, waardoor de toekomst van sommige gemeenschappen onzeker is.